Uitgangspunten begroting 2027 en meerjarenraming
Bij de begrotingsopstelling van 2027 wordt uitgegaan van het bestaand beleid zoals geformuleerd in de (meerjaren)begroting 2026. Er vinden bijstellingen plaats op grond van volumeaanpassingen in relatie tot de autonome ontwikkelingen van de stad. Het kan dan gaan om aanpassingen aan de uitgavenkant en aanpassingen aan onze inkomstenkant. Ook vindt in de begroting een actualisatie plaats van het prijspeil.
De (meerjaren)begroting 2027 wordt uitgedrukt in verwachte prijzen van 2027. Dit betekent dat een volledig nieuw financieel document ontstaat. Hieronder geven we de financiële kaders weer, waarbinnen wij onze begroting opstellen.
De uitgangspunten begroting 2027 zijn dit jaar bij de Actualisatie 2026 vastgesteld. In dit verkiezingsjaar is er namelijk geen Voorjaarsnota opgesteld. Er is inmiddels een nieuw bestuursakkoord. Voor de te hanteren loonindex is uitgegaan van de CEP 2026. In de berekening van de loonindex is echter na de besluitvorming Actualisatie 2026 een rekenfout gebleken. Per saldo is de loonindex naar aanleiding van deze correctie hoger dan bij de Actualisatie is vastgesteld. De aanpassingen zijn hieronder toegelicht.
Loonkostenontwikkeling
Het loonkostenniveau is gebaseerd op de huidige cao, de salaristabel van 1 januari 2026. De huidige cao loopt tot 31 maart 2027. Voor 2026 is een loonstijging van 1,3% per 1/1/26 opgenomen (35 euro per 1 januari 2026 (0,67%) en 1,25% per 1 juli 2026 (0,63%)). Voor 2027 nemen we conform het CAO-akkoord 1,6% per 1/1/27 op. Voor de verdere cao-ontwikkelingen 2027 hebben wij rekening gehouden met een loonstijging van 4,0% per 1 juli 2027. In totaliteit komt de loonstijging voor 2027 daarmee uit op 4,2% (conform CEP 2026 Loonvoet sector overheid 2027).
Het gemiddelde percentage sociale lasten in de begroting 2027 is 28,35% (primitieve begroting 2026 28,54%). Er is geen sprake van grote wijzigingen in de premies. Het loonkostenniveau in de begroting 2027 komt per saldo 2,38% hoger uit dan in de primitieve begroting 2026.
In de berekening van de loonindex is echter een rekenfout gebleken. De loonindex moet daarom hoger zijn dan eerder in Bijlage 3 Technische Uitgangspunten Begroting 2027 van het Raadsvoorstel Actualisatie Begroting 2026 is doorgegeven (4,12% t.o.v. 2,38%). Dit hebben we aangepast in de begroting 2027.
Voor de SW loonontwikkeling 2027 hebben we rekening gehouden met een stijging van 4,91% per 1 januari 2027. (CEP maart 2026 Verzamelde bijlagen, Bruto minimumloon 3,5% + cao 1,41%).
Prijsontwikkeling
|
Doorwerking voorgaande jaren |
-/- 0,3% |
|
2027 Totale prijsontwikkeling begroting 2026 |
+/+ 1,9% +/+ 1,6% |
Het percentage voor 2027 is overgenomen uit het Centraal Economisch Plan 2026 in de Maartraming 12 maart 2026.
Bijgestelde loonkosten- en prijsontwikkeling gesubsidieerde instellingen
Met betrekking tot de loonontwikkeling wordt het indexcijfer “Cao-loon bedrijven” toegepast. De percentages zijn overgenomen zoals in het Centraal Economisch Plan 2026 in de Maartraming van 12 maart 2026 CPB vermeld.
Voor de gesubsidieerde sector leidt het vorenstaande en de gangbare systematiek tot het volgende uitgangspunt:
Correctie voorgaande jaren + 0,2%
Algemene loonontwikkeling 2027 + 3,4%
Totaal + 3,6%
Voor alle subsidies (niet-betreffende de subsidies loonkosten) geldt dat de prijsontwikkeling 2027 gevolgd kan worden (inclusief correctie voorgaande jaren), de toegestane indexering bedraagt daarmee 1,6%.
Renteontwikkeling
Het renteomslag percentage bedraagt 1,5%.
Tarieven belastingen, leges en heffingen
Het gewogen indexcijfer bedraagt 1,99% (½ x 1,6% + ½ x 2,38%).
Dit betekent dat de woonlasten enkel worden verhoogd met een inflatiecorrectie. Onder woonlasten verstaan we de onroerend zaakbelasting, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. Conform het uitgangspunt stijgt de OZB met 1,99%, wel rekening houdend met eventuele stijging van de WOZ-waarden.
Ook de stijging van onze tarieven, leges en heffingen is deels gebaseerd op de gehanteerde loonindex. De hogere CAO betekent dus ook een hoger indexpercentage voor de stijging hiervan (2,86% t.o.v. 1,99%). Dit hebben we aangepast in de begroting 2027.
Voor zowel de afvalstoffen- als de rioolheffing worden, naast de toegestane indexering, uiteraard de kosten van eventuele autonome ontwikkelingen via het tarief omgeslagen, uitgaande van 100% kostendekking. Voor de berekening van de tarieven wordt uitgegaan van 2,0% rente toerekening aan de betreffende activa, hetgeen aansluit bij de daadwerkelijke rentekosten van de gemeente op haar financiering afgerond op een half procent.
Sociaal Domein
De budgetten in het sociaal domein worden jaarlijks eveneens aangepast op basis van indexcijfers. Daarbij sluiten we aan bij indexcijfers, zoals die landelijk gehanteerd worden binnen de betreffende onderdelen van het sociaal domein. Voor de Jeugdwet en WMO worden de lonen geïndexeerd op basis van de OVA index (Overheidsbijdrage voor Arbeidskostenontwikkeling) en de materiele kosten op basis van de PPC index (Prijsindexcijfer Particuliere Consumptie).
Ova
Het gewogen indexcijfer bedraagt +3,52% (0,8 x 3,96% + 0,2 x 1,77%)
Inkoop Basiszorg
Voor de inkoop Basiszorg is een mengpercentage afgesproken van 80% loonindex subsidies en 20% prijsindex subsidies (0,8 * 3,6% + 0,2 * 1,6% = 3,2%).
Uitgangspunten meerjarenraming 2028-2030
Voor de jaren 2028 tot en met 2030 is uitgegaan van een constant loon- en prijsniveau met als basis het niveau zoals opgenomen in de begroting 2027. We gaan ervan uit dat de loon- en prijsontwikkeling in de uitgaven zo nodig gecompenseerd wordt. Dat wil zeggen:
compensatie van algemene salarismaatregelen en prijscompensatie via de algemene uitkering uit het gemeentefonds (als onderdeel van het zogenaamde accres) en overige rijksvergoedingen;
Verhoging van tarieven, rechten en heffingen met het inflatiepercentage, uitgaande van 100% kostendekking voor afvalstoffenheffing en rioolrechten. Uitgaande van constante lonen en prijzen zijn in de jaarschijven 2028, 2029 en 2030 de eerder genoemde verhogingen van inkomsten uiteraard niet meegenomen. In het investeringsplan 2027-2030 is rekening gehouden met een jaarlijks rentepercentage van 1,5%.
N.B.
Het doel van de meerjarenraming is onder meer inzicht te krijgen in de financiële ontwikkeling van de gemeente in meerjarig perspectief. Aan de meerjarenraming als zodanig kunnen door derden geen rechten worden ontleend.