Ga naar de inhoud van deze pagina.
Begroting 2027 Begroting 2027

Meerjarenbeeld 2028-2030

Meerjarig beeld 2028-2030

De uitkomst van de meerjarenraming zonder voorstellen nieuw beleid geeft het volgende beeld (bedragen x € 1.000):


2028

2029

2030

Uitkomst meerjarenraming 2028-2030

 11.407

9.721

8.137

De meerjarenraming 2027-2029 liet een positieve meerjaren-uitkomst zien van € 5,5 miljoen in 2029. Na de actualisatie 2026 is dit naar beneden bijgesteld tot € 3,3 miljoen.

Na de begrotingsvoorbereiding 2027 is er in 2030 sprake van een nadelige ontwikkeling van ca. € 1,6 miljoen t.o.v. het positieve saldo van € 9,7 miljoen in 2029. Deze ontwikkeling wordt met name veroorzaakt door de kapitaallasten vanuit het investeringsplan en areaaluitbreiding.

De belangrijkste ontwikkelingen in de periode 2028 tot en met 2030 zijn als volgt (bedragen x € 1 miljoen):

Lagere uitgaven/hogere inkomsten



Opbrengst OZB

1,2


Vrijval geldleningen

1,3


Inburgering

0,5


Atelierverhuur

0,3


Overig

0,1




3,4

Hogere uitgaven/lagere inkomsten



Leges reisdocumenten

-/- 0,8


Areaaluitbreiding

-/- 1,1


Kapitaallasten

-/- 2,1


Schatkistbankieren

-/- 2,0


Vrijval Essentgelden

-/- 2,2


Meldkamer

-/- 0,1


Parkeren

-/- 0,3




-/- 8,6

Totaal


-/- 5,2

Om de ambities uit het bestuursakkoord waar te maken heeft ons college een pakket aan nieuw beleid vanaf 2027 aan de begroting toegevoegd. Na besluitvorming door uw raad zal dit pakket ook financieel worden verwerkt in de begroting 2027 via een eerste begrotingswijziging.

Na aanvulling van het nieuw beleid bestuursakkoord en de aanvullende voorstellen nieuw beleid geeft de meerjarenraming het volgende beeld (bedragen x € 1.000):


2028

2029

2030

Concept uitkomst meerjarenbegroting 2028-2030

3.729

2.193

488


Ook na deze aanvullende voorstellen laat de begroting vrije financiële ruimte zien. Wij achten het wenselijk deze ruimte vooralsnog niet in te vullen met nieuw beleid. Met uw raad beoordelen we graag op een later moment waar de vrije ruime in deze begroting het beste voor ingezet kan worden. Het eerstvolgende moment hiervoor is in het voorjaar 2027 bij de voorjaarsnota 2028. Dan kunnen we weer beter beoordelen waar we met extra middelen beter het hoofd kunnen bieden aan de uitdagingen die op ons afkomen. Dan wordt ook bekeken of eventueel extra middelen nodig zijn om de in het bestuursakkoord opgenomen ambities te realiseren in deze bestuursperiode.

Meerjarenprognose reserves Sociaal Domein

Voor de meest recente meerjaren doorkijk Sociaal & Zorg Fonds verwijzen wij u naar de Actualisatie 2026. De volgende doorrekening zal bij de Management Rapportage aan uw raad worden verstrekt.

Structureel evenwicht

Wanneer het meerjarensaldo, na verwerking van het nieuw beleid, wordt geschoond voor incidentele baten en lasten ontstaat het volgende beeld (bedragen x € 1.000):


2027

2028

2029

2030

Concept uitkomst meerjarenbegroting

3.345

3.729

2.193

488

Saldo incidentele baten en lasten

-9.494

6.004

10.270

4.605

Uitkomst begroting excl. saldo incidentele baten en lasten

12.839

-2.275

-8.077

-4.117

Voor beoordeling van het structureel en reëel evenwicht wordt in eerste instantie gekeken naar het begrotingsjaar 2027. Aangezien dat jaar een positieve uitkomst geeft als de incidentele baten en lasten niet worden meegenomen, is sprake van een structureel en reëel evenwicht. Voor een overzicht van de incidentele baten en lasten verwijzen wij u naar de gelijknamige bijlage