1.Begroting 2027 biedt ruimte, maar terughoudendheid is gewenst vanwege de uitdagingen die op ons afkomen
Op basis van de financiële inzichten in het voorjaar 2026 is bij de totstandkoming van het bestuursakkoord 2026-2030 uitgegaan van een financiële ruimte van structureel € 5,5 miljoen. Met name dankzij de meicirculaire 2026 van het Rijk laat de concept-begroting 2027 nu een positiever beeld zien. Daarmee kunnen in ieder geval alle voorstellen nieuw beleid uit het Bestuursakkoord volledig aan de begroting 2027 worden toegevoegd, zonder dat dit leidt tot een negatief meerjarenbeeld.
Ons college stelt voor de resterende ruimte ten dele in te zetten. De concrete voorstellen die wij hiertoe in deze begroting doen, zijn met name in beeld gekomen bij het opstellen van het collegeprogramma. In belangrijke mate gaat het hierbij om incidentele middelen. Wij achten deze extra middelen noodzakelijk om de ambities uit het bestuursakkoord “Meters Maken” op deze onderwerpen te kunnen realiseren. In een enkel ander geval is er geen rechtstreekse relatie met het bestuursakkoord, maar willen we een ongewenst maatschappelijke effect voorkomen.
Ook na deze aanvullende voorstellen laat de begroting vrije financiële ruimte zien. Deze ruimte is met name incidenteel. Wij achten het wenselijk deze ruimte vooralsnog niet in te vullen met nieuw beleid. We leven in een tijd met grote maatschappelijke uitdagingen. Denk in het bijzonder aan netcongestie, verstedelijkingsopgave, klimaat, jeugdzorg. Daarnaast groeit onze gemeente naar 200.000 inwoners rond 2050. Dit zal impact hebben op de voorzieningen, die noodzakelijk zijn in onze gemeente. Om deze reden gaan we bijvoorbeeld deze bestuursperiode aan de slag met lange termijn doorkijken op investeringen en onderhoud van voorzieningen (zoals ontmoetingsplekken, sport, cultuur). Met uw raad beoordelen we daarom graag op een later moment waar de vrije ruime in deze begroting het beste voor ingezet kan worden. Het eerstvolgende moment hiervoor is in het voorjaar 2027 bij de voorjaarsnota 2028. Dan kunnen we weer beter beoordelen waar we met extra middelen steviger het hoofd kunnen bieden aan de uitdagingen die op ons afkomen. En ook wat er eventueel op basis van voortschrijdend inzicht extra nodig is om de in het bestuursakkoord opgenomen ambities te realiseren in deze bestuursperiode.
In deze financiële hoofdlijnen gaan we nader in op de financiële uitkomst.
2.Financieel beeld zonder voorstellen nieuw beleid
De begrotingsvoorbereiding resulteert in een positief saldo van € 13,3 miljoen in 2027.
Het financieel beeld ziet er als volgt uit (bedragen x € 1.000):
|
Bedragen (*€1.000) |
2027 |
2028 |
2029 |
2030 |
|
Uitkomst begroting 2026 |
6.143 |
5.240 |
4.963 |
4.963 |
|
1. Actualisatie 2026 |
-2.320 |
-2.236 |
-1.700 |
-1.700 |
|
Stand geactualiseerde begroting 2026 |
3.823 |
3.004 |
3.263 |
3.263 |
|
2. Begrotingsvoorbereiding 2027 |
9.506 |
8.403 |
6.458 |
4.874 |
|
Concept uitkomst meerjarenbegroting 2027 |
13.329 |
11.407 |
9.721 |
8.137 |
Bovenstaande tabel laat zien dat de meerjarenraming jaarlijks een positief resultaat heeft. Voor een verder toelichting verwijzen wij u naar het onderdeel Financiële begroting/Financiële positie in deze begroting. Wel wijzen we u hier op de belangrijkste autonome ontwikkelingen. Dit zijn voor- en nadelen die op ons afkomen als gevolg van externe ontwikkelingen.
*Schatkistbankieren
Met name vanwege op voorhand aan ons overgemaakte rijkssubsidies beschikken wij over een liquiditeitsoverschot. Via het schatkistbankieren bij het Rijk levert dit ons een rente-opbrengst op. We nemen daarom in de begroting 2027 een incidenteel rentevoordeel op van € 2 miljoen in 2027 en € 1 miljoen in 2028 (inschatting). Daarbij merken we op dat de uitgaven voor grote projecten bepalend zijn voor deze inschatting en dat deze lastig zijn te voorspellen.
*Volumegroei Sociaal Domein
Op basis van eerdere ramingen nemen we € 1,8 miljoen structureel hogere lasten op in de begroting 2027. Dit betreft de volumecompensatie en is conform het nieuwe bestuursakkoord.
*OZB
Er wordt een lagere opbrengst verwacht van € 0,8 miljoen structureel. Oorzaken daarvan zijn onder meer de lagere WOZ waarden dan eerder in de meerjarenbegroting 2026 opgenomen en de tot 2026 ten onrechte opgenomen opbrengst voor het pand van WXL (€ 80.000).
3.Nieuw beleid
1.Structureel
Voorstellen nieuw beleid Bestuursakkoord
Onze gemeente groeit en zal de komende jaren verder blijven groeien. Met deze groei komen ook kansen en uitdagingen. Dat vraagt om duidelijke keuzes. Welke stappen willen we de komende jaren zetten en welke beweging willen we op gang brengen? En welke (eerste) meters willen we gaan maken om onze gemeente sterker, mooier en toekomstbestendiger te maken in deze bestuursperiode? Met het voorgestelde nieuw beleid uit het Bestuursakkoord maken we die duidelijke keuzes en maken we duidelijk wat inwoners daarvan gaan merken, nu en in de toekomst.
Alle financiële voornemens uit het bestuursakkoord maken we met deze begroting mogelijk.
Voor een volledig overzicht van het nieuw beleid Bestuursakkoord vanaf 2027 verwijzen wij u naar paragraaf Financiële begroting/Financiële positie/ Nieuw beleid 2027.
Dekking/verhoging inkomsten
Conform het bestuursakkoord verhogen we de OZB niet-woningen vanaf 2027 met 4% en de parkeertarieven (bezoekersparkeren) vanaf 2028 met 5%.
Dekking/taakstelling bestuursakkoord
Om de ambities uit het bestuursakkoord mogelijk te maken hebben we € 3 miljoen extra ruimte toegevoegd in 2027 en 2028 en structureel € 4 miljoen in de jaren daarna. In het bestuursakkoord is aangegeven, dat deze ruimte gemaakt gaat worden door ombuigingen en/of eventuele extra rijksmiddelen.
Ons college verwacht deze taakstelling in 2027 in te kunnen vullen met de onderuitputting op kapitaallasten. Zoals in de Collegebrief ‘stand van zaken wendbaar begroten’ d.d. 12 mei 2026 (Brief) aangegeven, onderzoeken we hoe we de rente- en afschrijvingslasten in de begroting in het vervolg realistischer kunnen ramen. Hierop komen we in 2027 bij u terug. Aanvullend kijken we in 2027 hoe we structureel invulling kunnen geven aan deze taakstelling. Hierbij kijken we naar kostenbesparingen en oud-voor-nieuw dekking. Maar ook kijken we naar nieuwe en innovatieve mogelijkheden, bijvoorbeeld met AI, om taken efficiënter uit te voeren en mogelijke extra inkomsten en rijksmeevallers. Kritisch kijken naar de eigen organisatie betekent niet, dat wij de werkdruk in de organisatie verder willen verhogen. Onze insteek is het daadwerkelijk schrappen van taken. Ook met de structurele invulling van de taakstelling komen we in 2027 bij uw raad terug.
Aanvullende voorstellen nieuw beleid
Zoals hierboven al is aangegeven laat de nu voorliggende begroting een positiever beeld zien dan bij de totstandkoming van het bestuursakkoord was voorzien. Dit biedt ons de mogelijkheid u enkele aanvullende voorstellen nieuw beleid voor te leggen die tijdens de begrotingsvoorbereiding en bij het opstellen van het collegeprogramma aan het licht zijn gekomen.
Voor een volledig overzicht van het nieuw beleid vanaf 2027 verwijzen wij u naar de paragraaf Financiële begroting/Financiële positie/ Nieuw beleid 2027.
Het gaat om de volgende voorstellen:
·Beheer openbare ruimte
Structureel € 1.000.000 exploitatiebudget en € 6.200.000 miljoen investeringsbudget per jaar in de jaren 2028 tot en met 2032.
·Maatschappelijke Weerbaarheid
€ 2.235.000 exploitatiebudget verspreid over vier jaar (respectievelijk € 520.000, € 555.000, € 575.000, € 585.000).
·Businesscase en locatie verkenning Circulair Ambachtscentrum 2.0
Incidenteel € 350.000 exploitatiebudget in 2027.
·Dtv
Incidenteel € 120.000 exploitatiebudget in 2027.
·Themajaar 2029, 400 jaar beleg van 's-Hertogenbosch
Incidenteel € 250.000 exploitatiebudget in 2027 en 2028, incidenteel € 500.000 in 2029.
·Gebiedsgericht werken: van ambitie naar structurele werkwijze
Incidenteel € 1.000.000 exploitatiebudget in de jaren 2027 en 2028 (€ 500.000 per jaar).
·Gebiedsontwikkeling Spoorzone
Incidenteel € 500.000 exploitatiebudget in 2027. Voorgesteld wordt dit te dekken vanuit het in het bestuursakkoord opgenomen impulsbudget Wonen en Verstedelijking.
- Investeringsmiddelen mobiliteit (UPOR-programmering)
Incidenteel € 5.500.000 investeringsbudget in 2027.
·Netcongestie
Incidenteel € 2.000.000 exploitatiebudget in 2027.
Na besluitvorming over het nieuw beleid wordt het meerjarig saldo daarmee als volgt (bedragen x € 1.000):
|
Bedragen (*€1.000) |
2027 |
2028 |
2029 |
2030 |
|
Concept uitkomst meerjarenbegroting |
13.329 |
11.407 |
9.721 |
8.137 |
|
Taakstelling / rijksmeevallers |
3.000 |
3.000 |
4.000 |
4.000 |
|
OZB niet-woningen + 4% |
1.400 |
1.400 |
1.400 |
1.400 |
|
Parkeertarieven +5% (bezoekersparkeren) |
|
1.000 |
1.000 |
1.000 |
|
Dekking structureel nieuw beleid |
4.400 |
5.400 |
6.400 |
6.400 |
|
Voornemens Structureel Nieuw Beleid Bestuursakkoord |
-9.644 |
-10.553 |
-11.385 |
-11.750 |
|
Meerjarenbeeld begroting 2027 (na verwerking nieuw beleid Bestuursakkoord) |
8.085 |
6.254 |
4.736 |
2.787 |
|
Beheer openbare ruimte |
-1.000 |
-1.000 |
-1.248 |
-1.494 |
|
Maatschappelijke Weerbaarheid |
-520 |
-555 |
-575 |
-585 |
|
Businesscase en locatie verkenning Circulair Ambachtscentrum 2.0 |
-350 |
|
|
|
|
Dtv |
-120 |
|
|
|
|
Themajaar 2029, 400 jaar beleg van 's-Hertogenbosch |
-250 |
-250 |
-500 |
|
|
Gebiedsgericht werken: van ambitie naar structurele werkwijze |
-500 |
-500 |
|
|
|
Gebiedsontwikkeling Spoorzone |
-500 |
|
|
|
|
Dekking vanuit Impulsbudget Wonen en Verstedelijking |
500 |
|
|
|
|
Investeringsmiddelen mobiliteit (UPOR-programmering) |
|
-220 |
-220 |
-220 |
|
Netcongestie |
-2.000 |
|
|
|
|
Meerjarenbeeld begroting 2027 (na verwerking alle voorstellen nieuw beleid) |
3.345 |
3.729 |
2.193 |
488 |
2.Incidenteel
Bij de totstandkoming van het bestuursakkoord is verder uitgegaan van een incidentele ruimte van € 32 miljoen. Dit betreft met name het surplus op onze algemene reserve van € 31,3 miljoen.
Daarnaast betreft het een vrijval van € 0,7 miljoen vanuit de screening reserves ten behoeve van het overdrachtsdocument. Het betreft:
Reserve nieuw beleid investeringen 2020 € 73.000
Reserve nog uit te voeren werken € 121.000
Reserve screening € 153.000
Reserve reguliere investeringen € 70.000
Reserve speeltuinen € 77.000
Bedrijfsrisicoreserve SO € 161.000
Reserve excessieve onderzoekskosten Archeologie € 50.000
Reserve Parallelweg € 17.000
Deze incidentele ruimte is grotendeels ingezet ter dekking van het incidentele deel van het nieuw beleid bestuursakkoord (€ 30,4 miljoen).
Voor een volledig overzicht van het nieuw beleid vanaf 2027 verwijzen wij u naar paragraaf Financiële begroting/Financiële positie/ Nieuw beleid 2027.
4.Leefbaarheidsplan Engelen en de impact hiervan op de Reserve Opvang Ontheemden
Tijdens het opstellen van deze begroting loopt het traject om samen met betrokkenen uit de omgeving het leefbaarheidsplan Engelen op te stellen. Omdat de uitkomsten hiervan op dit moment nog niet bekend zijn, worden in deze begroting geen aanvullende middelen gereserveerd. De eerste periode kunnen eventuele kosten worden opgevangen vanuit de reserve Opvang Ontheemden. Dit geldt eveneens voor het lopende leefbaarheidsplan. Tijdens de uitvoering van de leefbaarheidsplannen worden de effecten van de getroffen maatregelen gemonitord, zodat waar nodig tijdig kan worden bijgestuurd. Gelet op de huidige stand van zaken bestaat op dit moment geen aanleiding om aanvullende besluitvorming voor te stellen. De verwachting is wel dat op een later moment mogelijk aanvullende middelen nodig zijn. Indien daarvan sprake blijkt te zijn, komen wij hierop terug via een geëigend moment in de planning-en-controlcyclus, conform de wens van uw raad zoals verwoord in de motie ‘Samen met Engelen’.
5.Scenario's toekomstige Rijksfinanciering
Als we naar de rijksfinanciën kijken dan zien we enerzijds dat besluiten op rijksniveau gevolgen hebben voor de algemene uitkering die wij ontvangen vanuit het Gemeentefonds en anderzijds dat het rijk voor specifieke projecten extra middelen beschikbaar stelt, denk hierbij aan bijvoorbeeld woningbouw. Dit laatste betreft gelabelde middelen die niet anderszins ingezet kunnen worden. Daarom beperken we ons in deze scenario-analyse tot de algemene uitkering.
Binnen de algemene uitkering spelen een drietal zaken die we hieronder apart benoemen:
-het vrij besteedbare accres
-het Sociaal Domein
-de herverdeling van het gemeentefonds
·Het vrij besteedbare accres
De indexatieproblematiek blijft actueel. Binnen de BBP-systematiek stelt het Rijk in het voorjaar de definitieve prijsindexatie voor het gemeentefonds vast. Als blijkt dat de werkelijke inflatie afwijkt, wordt dit niet meer gecorrigeerd. Dit kan leiden tot structurele voor- of nadelen. Een recente analyse toont aan dat het Rijk de prijsindexatie in het voorjaar structureel te laag heeft ingeschat in recente jaren. Het kabinet wil eerst de periodieke evaluatie van deze BBP-systematiek afwachten, gezien de relatief korte periode waarin deze wordt toegepast. De evaluatie zal in 2027 en in 2029 plaatsvinden. De minister laat bij de eerste evaluatie weten of er al aanleiding is tot aanpassing van de normering.
·Het Sociaal Domein
Net als alle andere gemeenten, hebben ook wij te maken met een flinke stijging van kosten in het sociaal domein. Of, en in welke mate, het Rijk de gemeenten financieel tegemoetkomt, is onzeker. De reserve Sociaal & Zorgfonds geeft ons hierin een remweg. Ondertussen hebben we de volumecompensatie in de begroting 2027 opgenomen en nemen we maatregelen om de tekorten te beperken, zoals het opzetten van Lokale Teams.
Voor de meest recente meerjarendoorkijk Sociaal & Zorg Fonds verwijzen wij u naar de Actualisatie 2026. De volgende doorrekening zal bij de Management Rapportage aan uw raad worden verstrekt.
·De herverdeling van het gemeentefonds
De afgelopen jaren zijn nadere onderzoeken gedaan naar de voorgenomen herverdeling van het Gemeentefonds. Het kabinet heeft kort voor het verschijnen van de meicirculaire besloten de ingroei van de herverdeling gemeentefonds te bevriezen, omdat de Raad voor het Openbaar Bestuur de meeste van de voorgestelde aanpassingen in de herverdeling nog niet goed genoeg vindt. Aangezien de gemeente ’s-Hertogenbosch op basis van de voorgenomen herverdeling uit 2023 voordeelgemeente is, betekent dit uitstel en mogelijk afstel van het voordeel dat wij op basis van het huidige verdeelmodel nog tegemoet konden zien (€10 miljoen). Een volgende stap in het ingroeipad is nu voorzien per 1 januari 2029. Het financieel effect van de herverdeling hebben wij nog niet verwerkt in onze meerjarenbegroting. Overigens houden wij er nu wel rekening mee, dat de voorgestelde aanpassingen in de herverdeling op basis van de nadere onderzoeken ertoe kunnen leiden, dat uiteindelijk het tot nu toe verwachte voordeel fors lager uitvalt. Samen met andere steden buiten de Randstad heeft onze gemeente het initiatief genomen een lobby te voeren die erop gericht is om de verdere stappen in het ingroeipad eerder dan in 2029 te hervatten. Hiermee zou eindelijk duidelijkheid voor alle gemeenten ontstaan en krijgen voordeelgemeenten waar zij al enkele jaren recht op hebben.
6.Wendbaar begroten
Al enige tijd werken we aan het meer wendbaar maken van onze begroting. Hiertoe hebben we in 2026 een belangrijke stap gezet door onze begrotingsprogramma’s verder uit te werken in producten. Daarbij hebben we in beeld gebracht welke activiteiten er binnen deze producten vallen, wat de mate van beleidsvrijheid en mate van beïnvloedbaarheid binnen de producten is en welke doelstellingen vanuit de programmabegroting bij deze producten horen. De geactualiseerde set van uitwerkingen per product is als bijlage bij deze Conceptbegroting 2027 gevoegd. Deze informatie kan ook helpend zijn bij de besluitvorming over de taakstelling uit het bestuursakkoord. Wij verwachten uw raad in het eerste kwartaal van 2027 concrete ombuigingsvoorstellen voor te leggen.
Daarnaast willen we door realistischer te begroten, niet onnodig financiële middelen lang vasthouden. Dit geldt zowel voor exploitatiebudgetten als investeringskredieten. De maatregelen die we hiertoe in afstemming met uw raad nemen, zijn nader toegelicht in de Collegebrief ‘stand van zaken wendbaar begroten’ d.d. 12 mei 2026 (Brief).
7.Structuurfonds
Jaarlijks bij de begroting maken we een reguliere update van het Structuurfonds. Deze update geeft vaker stevige effecten op het financiële beeld van het Structuurfonds, zo ook dit jaar. Dit is ook een belangrijke aanleiding geweest om de opzet en werkwijze rond het Structuurfonds tegen het licht te gaan houden. Een herzien overzicht van de projecten Structuurfonds is opgenomen in deze begroting. Zie hiervoor de paragraaf Financiële begroting/Financiële positie/Structuurfonds.
Waar er bij de totstandkoming van het bestuursakkoord nog sprake was van een ongedekt deel van -/- € 15,9 miljoen, is er nu +/+ € 35,2 miljoen beschikbaar voor (prijs-) bijstellingen huidige projecten en het project Extra parkeervoorziening aan de binnenstadsring ter compensatie van reduceren straatparkeren binnenstad. De beschikbare ruimte is toegenomen doordat de doorrekening van het Structuurfonds is geactualiseerd. Waar in het bestuursakkoord sec rekening is gehouden met nieuwe besluitvorming over projecten en de voorgenomen extra stortingen vanuit het grondbedrijf en het bestuursakkoord, is nu een doorrekening van het structuurfonds opgesteld op basis van de werkelijke stortingen en onttrekkingen. Ook zijn de investeringsbedragen nu doorgerekend naar kapitaallasten.
Op dit moment werken we aan een nieuwe doorkijk van het structuurfonds conform het verzoek, dat op dit punt aan ons college is opgenomen in het bestuursakkoord 2026-2030. We vereenvoudigen de berekeningen die ten grondslag liggen aan de doorkijk. Tegelijkertijd onderzoeken we de mogelijkheden om in de doorkijk beter rekening te houden met het daadwerkelijke moment van realisatie van projecten. Dit zal een positief effect hebben op de ruimte binnen het Structuurfonds. Anderzijds willen we ook rekening houden met het bijbehorende prijspeil. Dit zal een negatief effect hebben op de ruimte binnen het Structuurfonds. Tenslotte bezien we de mogelijkheden om afspraken te maken over voeding van het Structuurfonds tijdens deze bestuursperiode. Wij zijn voornemens om u in het eerste kwartaal van 2027 een discussienotitie voor te leggen over de toekomst van het structuurfonds. Hierin zal een nieuwe doorkijk van het structuurfonds worden opgenomen, waarin deze technische aanpassingen zijn verwerkt.
8.Woonlasten
Een van de uitgangspunten van ons tarievenbeleid is dat de woonlasten in onze gemeente in beginsel niet anders worden verhoogd dan met een inflatiecorrectie. Onder woonlasten worden in dit verband verstaan: OZB, afvalstoffenheffing en rioolheffing. Autonome kostenstijgingen nemen we bij de laatste twee heffingen wel mee. Afhankelijk van de WOZ-waarde stijgen de woonlasten voor woningeigenaren met 2,48% tot 2,60%. De woonlasten voor huurders stijgen met 7,67%. Wij merken hierbij op dat de totale woonlasten van onze gemeente tot de laagste in het land behoren. Dit is terug te zien in het vergelijkingsoverzicht van de COELO voor belastingjaar 2026. Hierin worden de woonlasten van 44 vergelijkbare gemeenten (provinciehoofdsteden en 90.000+ gemeenten) vergeleken. De lokale lastendruk voor niet-woningen stijgt ten opzichte van 2026 met 6,44%.