Structureel nieuw beleid
Structurele ruimte
Voorgenomen uitgaven structureel
Totaal structureel
|
Aanvullend nieuw beleid B2027
|
2027 |
2028 |
2029 |
2030 |
|
|
|
|
|
|
|
Beheer openbare ruimte |
1.000.000 |
1.000.000 |
1.248.000 |
1.494.000 |
|
Maatschappelijke Weerbaarheid |
520.000 |
555.000 |
575.000 |
585.000 |
|
Verkenning businesscase en locatie waarde restafval |
350.000 |
|
|
|
|
Dtv |
120.000 |
|
|
|
|
Themajaar 2029, 400 jaar beleg van 's-Hertogenbosch |
250.000 |
250.000 |
500.000 |
|
|
Gebiedsgericht werken: van ambitie naar structurele werkwijze |
500.000 |
500.000 |
|
|
|
Gebiedsontwikkeling Spoorzone |
500.000 |
|
|
|
|
Dekking vanuit Impulsbudget Wonen en Verstedelijking |
-500.000 |
|
|
|
|
Investeringsmiddelen mobiliteit (UPOR-programmering) |
|
220.000 |
220.000 |
220.000 |
|
Netcongestie |
2.000.000 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Totaal |
4.740.000 |
2.525.000 |
2.543.000 |
2.299.000 |
|
Aanvullend nieuw beleid B2027 |
Toelichting |
|
Beheer openbare ruimte |
Op basis van de recente doorrekening van ons areaal zien wij een structureel tekort op de jaarlijkse exploitatie. Hiervoor is een aanvullend exploitatiebudget van €1 miljoen nodig voor het beheer van de openbare ruimte. De noodzaak voor aanvullend budget is het gevolg van een viertal factoren. 1. Doordat onze areaaldata steeds beter op orde is, is onze doorrekening van de noodzakelijke investeringen ook betrouwbaarder geworden. Dit heeft echter ook tot gevolg dat we constateren dat structureel meer budget nodig is voor het uitvoeren van onze beheertaken binnen de door de gemeenteraad vastgestelde kaders en om het beoogde kwaliteitsniveau te kunnen behalen. 2. De indexatie van de kosten, de zogenaamde GWW-index (index Grond- Weg en Waterbouwkundige werken), is in de afgelopen jaren aanzienlijk hoger gebleken dan de indexatie die wij als gemeente hanteren. 3. Investeringen die noodzakelijk zijn om de effecten van klimaatverandering op te vangen en een aanvullende inzet op het bestrijden van invasieve exoten. 4. Een intensiever gebruik van de openbare ruimte door de autonome inwonersgroei.
Daarnaast is het noodzakelijk om eerder uitgestelde vervangingsinvesteringen in te halen om extra schades en veiligheidsrisico's in het gebruik van de openbare ruimte te beperken. Daarnaast hebben we ook hier te maken met de hogere GWW-index en het intensievere gebruik van de openbare ruimte door de autonome bevolkingsgroei. Deze investeringen voor de inhaalslag geven een extra last in de exploitatie van € 248.000 euro in 2029, oplopend tot € 1,2 miljoen in 2033. Door betere data en een doorontwikkeling van de programmering via UPOR (het Uitvoeringsprogramma Openbare Ruimte) hebben wij de komende jaren een programmering waar we deze slag in de openbare ruimte kunnen maken. Met de uitvoering van deze programmering benutten we ook koppelkansen met de opgaven rond vergroening en mobiliteit. |
|
Maatschappelijke Weerbaarheid
|
Uw raad heeft aan de hand van een Discussienotitie maatschappelijke weerbaarheid van 12 februari 2026 haar ambitie uitgesproken om de maatschappelijke weerbaarheid te verbeteren. Deze ambitie sluit aan bij de door de VNG (Vereniging Nederlandse Gemeenten) gepubliceerde Handreiking. Maatschappelijke weerbaarheid is momenteel onvoldoende geborgd in het gemeentelijk beleid. Wanneer hier geen verandering in komt, zijn we niet genoeg opgewassen tegen snellere opeenvolgende, complexere en/of langdurige crises. De nu gevraagde middelen zijn afgestemd op de uitkomst van de discussie over maatschappelijke weerbaarheid in de raad. Hiervoor is incidenteel € 2.235.000 aan budget verspreid over vier jaar nodig (respectievelijk € 520.000, € 555.000, € 575.000, € 585.000). |
|
Verkenning businesscase en locatie waarde restafval |
We werken toe naar een toekomst waarin grondstoffen hun waarde behouden, producten langer meegaan en meer inwoners kunnen deelnemen aan werk en ontwikkeling. Vanuit die ambitie verkent de Afvalstoffendienst, Vindingrijk/WeenerXL en andere partners een businesscase en een locatie voor een Circulair Ambachtscentrum. Deze inzet sluit rechtstreeks aan bij het bestuursakkoord, waarin is afgesproken om samen te zoeken naar een goede businesscase en een passende locatie om meer waarde en bruikbare producten uit afvalstromen terug te winnen. Een Circulair Ambachtscentrum verbindt de doelen van circulariteit, duurzaamheid en sociale inclusie. Het is een plek waar hergebruik, reparatie, grondstoffenterugwinning, werkontwikkeling en scholing samenkomen. Producten en materialen die vandaag nog als afval worden gezien, krijgen daarmee een tweede kans. Tegelijkertijd ontstaan nieuwe mogelijkheden voor inwoners om werkervaring op te doen, vaardigheden te ontwikkelen en actief deel te nemen aan de circulaire economie. In de komende bestuursperiode ligt in navolging van het bestuursakkoord de nadruk op het verkennen van de businesscase. Daarbij onderzoeken wij onder andere welke maatschappelijke en economische meerwaarde een Circulair Ambachtscentrum voor ’s-Hertogenbosch kan opleveren, hoe de samenwerking tussen de betrokken partners optimaal kan worden ingericht en ook welke locatie- en huisvestingsoplossingen het meest kansrijk zijn. De huidige locaties van zowel Afvalstoffendienst als Vindingrijk zijn niet geschikt voor uitbreiding. Ook wordt gekeken naar de financiële haalbaarheid, de benodigde investeringen en de mogelijkheden om bestaande initiatieven verder met elkaar te verbinden. Deze verkenning is belangrijk omdat juist op het snijvlak van grondstoffenbeheer, sociale werkgelegenheid, onderwijs en lokale economie grote kansen liggen. Ervaringen elders in het land laten zien dat een goed georganiseerd Circulair Ambachtscentrum kan bijdragen aan meer hergebruik, minder afval, extra werk- en leerplekken en een sterkere circulaire economie. Daarom wordt nu een eenmalig budget van € 350.000 aan uw raad gevraagd voor de verkenning van de businesscase en de kosten voor een kwartiermaker. Dit betreft €175.000 voor de uitvoering van de businesscaseverkenning. Hiermee kunnen de benodigde onderzoeken, analyses en procesbegeleiding worden uitgevoerd die nodig zijn om halverwege 2027 tot een goed onderbouwd go- of no-go-besluit te komen. De overige € 175.000 zijn de kosten vanaf 2027 voor een kwartiermaker. |
|
Dtv |
Wij hebben belang bij een sterke, onafhankelijke lokale publieke omroep die onze inwoners voorziet van betrouwbare informatie over lokale maatschappelijke en politieke ontwikkelingen. Met het oog op de landelijke hervorming van het publieke omroepbestel en de vorming van streekomroepen per 1 januari 2028 ligt er voor Dtv Den Bosch een belangrijke transitieopgave. Dtv Den Bosch vraagt voor 2027 een hogere subsidie aan om de huidige organisatie, bedrijfsvoering en de redactie voor de regio ’s-Hertogenbosch te kunnen continueren en daarmee het programma van Dtv Den Bosch in stand te kunnen houden. Naast de reguliere subsidie voor de uitvoering van de wettelijke taak als lokale publieke media-instelling verstrekken we voor 2027 een incidentele aanvullende subsidie van € 120.000 euro. Deze bijdrage heeft het karakter van een overbruggingssubsidie in verband met het uitstel van de herziene Mediawet en de vorming van de streekomroep naar 1 januari 2028. De aanvullende subsidie is bedoeld voor activiteiten die bijdragen aan de continuïteit, kwaliteit en verdere professionalisering van de publieke informatievoorziening voor de inwoners van ’s-Hertogenbosch. De middelen worden ingezet voor het Bossche deel van Dtv Den Bosch, waaronder het in stand houden van redactionele capaciteit, journalistieke kwaliteit en een toekomstbestendige organisatie in aanloop naar de vorming van de streekomroep. Met deze incidentele bijdrage wordt de overgangsperiode tot 1 januari 2028 overbrugd en blijft een onafhankelijke en lokaal verankerde publieke mediavoorziening voor de inwoners van ’s-Hertogenbosch gewaarborgd. Dit is ook in lijn met de uitkomst van de discussie die uw raad eerder over dit onderwerp heeft gevoerd. |
|
Themajaar 2029, 400 jaar beleg van 's-Hertogenbosch |
1629 vormt een kantelpunt in de geschiedenis van ’s-Hertogenbosch en, in bredere zin, ook van de Tachtigjarige Oorlog. In 2029 staan wij hierbij stil. In 2025 startte hiervoor reeds een proces waar uw raad in september 2025 al financiële middelen voor heeft vrijgemaakt. Wij kiezen ervoor om deze lijn actief voort te zetten. Centraal in dit betekenisvolle jaar staat de vraag hoe wij, 400 jaar later, aankijken tegen dit cruciale moment in onze geschiedenis, wat het heeft betekend en ook welke lessen we eruit kunnen trekken over hoe wij met elkaar samenleven. Wij stellen voor om € 250.000 op te nemen in 2027, € 250.000 in het jaar 2028 en € 500.000 in het uiteindelijke themajaar 2029. De financiële middelen worden ingezet voor enerzijds een actieve en verbindende rol bij de voorzetting van het lopende programma 2029 evenals inzet rond cofinanciering. In dat laatste geval kunnen onze middelen een katalyserende werking hebben voor het aantrekken van meer financiën van andere partners. Komend voorjaar (2027) kunt u een nadere uitwerking van de plannen tegemoet zien. |
|
Gebiedsgericht werken: van ambitie naar structurele werkwijze |
In het Bestuursakkoord is gekozen voor voortzetting van de gebiedsgerichte aanpak in Kruiskamp/Schutskamp, Hambaken en de Gestelse Buurt. In deze focusgebieden pakken we fysieke, sociale en maatschappelijke opgaven integraal aan, samen met inwoners en partners naar voorbeeld zoals we dit ook in de Gestelse Buurt doen. Tegelijkertijd benutten we deze gebieden om gebiedsgericht werken te ontwikkelen tot een structurele aanpak over de gehele gemeente. In 2026-2028 werken we aan sterke gemeenschappen, een gezamenlijk toekomstperspectief en de uitvoering van opgaven op het gebied van onder meer woningbouw, vergroening, energietransitie en opvang. De focusgebieden fungeren daarbij als leeromgeving voor het verder ontwikkelen van beleid, sturing, samenwerking en participatie. Wij stellen voor om ten behoeve van de verdere ontwikkeling van de focusgebieden en de verankering van gebiedsgericht werken in 2027 en 2028 jaarlijks € 500.000 beschikbaar te stellen. Deze middelen maken het mogelijk om uitvoering te geven aan gebiedsgerichte opgaven en er naartoe te werken om dit gemeente breed toe te gaan passen. Op basis van de resultaten in 2027 en 2028 wordt bij de Voorjaarsnota 2029 een integrale afweging gemaakt over de structurele voortzetting van gebiedsgericht werken. |
|
Gebiedsontwikkeling Spoorzone |
De afgelopen jaren zijn binnen de Spoorzone belangrijke stappen gezet in de ontwikkeling van een gebied dat niet alleen van groot belang is voor de gemeente ’s-Hertogenbosch, maar ook bovenregionale impact zal hebben. De Spoorzone ontwikkelt zich steeds nadrukkelijker tot een gebied waar woningbouw, economische ontwikkeling, mobiliteit, duurzaamheid en kwaliteit van de openbare ruimte integraal samenkomen. Daarmee levert het gebied niet alleen een substantiële bijdrage aan de lokale en regionale woningbouwopgave, maar versterkt het ook de positie van ’s-Hertogenbosch als aantrekkelijke en innovatieve stad op nationaal niveau. De gerealiseerde voortgang en de impuls die aan het gebied is gegeven, zijn mede het resultaat van een gebiedsgerichte aanpak met een sterke programmatische aansturing. Hierdoor kunnen samenhangende keuzes worden gemaakt, versnellingen worden gerealiseerd en kan effectief worden samengewerkt met partners als het Rijk, de provincie, ProRail, NS, ontwikkelaars en andere betrokken partijen. Deze werkwijze heeft haar meerwaarde bewezen en vormt een belangrijke randvoorwaarde om de komende jaren de noodzakelijke versnelling van de woningbouw- en verstedelijkingsopgave mogelijk te maken. Om de huidige aanpak, voortgang en versnelling te kunnen continueren, is vanaf 2027 een investering nodig voor onder meer gebiedsregie, programmasturing, participatie, besluitvorming, onderzoeken, stakeholdermanagement en projectoverstijgende coördinatie. Deze werkzaamheden zijn essentieel voor het functioneren van de gebiedsontwikkeling als geheel, maar kunnen niet rechtstreeks worden toegerekend aan afzonderlijke projecten of grondexploitaties, die mede vanwege het binnenstedelijke karakter al financieel onder druk staan. Om de huidige aanpak en het tempo van de gebiedsontwikkeling te behouden en waar mogelijk verder te versnellen, is in 2027 een budget van € 500.000 benodigd. Voorgesteld wordt deze kosten te dekken uit het impulsbudget Wonen en Verstedelijking. Deze inzet sluit aan bij de doelstelling van het impulsbudget om knelpunten en/of versnellingen op verstedelijkingsopgaven mogelijk te maken die essentieel zijn voor de realisatie van de woningbouw- en verstedelijkingsambities van de gemeente. Tegelijkertijd is zichtbaar dat het impulsbudget de komende jaren naar verwachting onvoldoende omvang heeft om de toenemende opgaven en knelpunten binnen de woningbouw- en verstedelijkingsontwikkeling, zoals netcongestie en stikstof, adequaat te adresseren. Het college zet daarom richting de Voorjaarsnota 2028 in op een voorstel tot verruiming van het impulsbudget Wonen en Verstedelijking. Daarmee blijft voldoende financiële ruimte beschikbaar om zowel gebiedsoverstijgende opgaven (zoals de Spoorzone) als toekomstige knelpunten binnen de woningbouw- en verstedelijkingsagenda effectief te ondersteunen. |
|
Investeringsmiddelen mobiliteit (UPOR-programmering) |
Voor de realisatie van de ambities uit het bestuursakkoord op het gebied van bereikbaarheid, verkeersveiligheid, duurzame mobiliteit en een aantrekkelijke leefomgeving is vanaf 2027 aanvullende structurele investeringsruimte noodzakelijk. De afgelopen periode is hard gewerkt aan een meerjarige programmering, waardoor meer inzicht is ontstaan in de verschillende beheer- en ontwikkelopgaven in de openbare ruimte. Hierdoor zijn ook de kansen om werkzaamheden te combineren beter zichtbaar geworden. Via de zogenoemde UPOR-programmering combineren we mobiliteitsmaatregelen met reeds geplande beheerwerkzaamheden in de openbare ruimte. Daarmee maken we "werk met werk", voeren we werkzaamheden efficiënter uit en voorkomen we dat locaties meerdere keren moeten worden opgebroken. Dit beperkt niet alleen de uitvoeringskosten, maar vermindert ook de overlast voor inwoners en ondernemers. Wanneer deze werkzaamheden niet kunnen worden gecombineerd, leidt dit tot hogere uitvoeringskosten, meer hinder en een minder doelmatige inzet van publieke middelen. Tegelijkertijd vraagt het bestuursakkoord om een gemeente die meegroeit met de woningbouwopgave, economisch bereikbaar blijft en aantrekkelijk en veilig is voor inwoners, ondernemers en bezoekers. Investeringen in mobiliteit en verkeersveiligheid vormen daarbij een belangrijke randvoorwaarde voor de realisatie van deze bredere maatschappelijke en ruimtelijke ambities. In de afgelopen jaren is echter onvoldoende investeringsruimte beschikbaar geweest om de opgaven die voortvloeien uit vastgesteld beleid op het gebied van mobiliteit en verkeersveiligheid in het gewenste tempo te realiseren. Hierdoor ontstaat spanning tussen de bestuurlijke ambities, de beleidsdoelstellingen en de beschikbare middelen. Aanvullende investeringsruimte is daarom noodzakelijk om achterstanden te voorkomen, de kansen binnen de UPOR-programmering optimaal te benutten en de uitvoering van de ambities uit het bestuursakkoord daadwerkelijk mogelijk te maken. Zonder deze middelen nemen de uitvoeringskosten op termijn toe en komt de tijdige realisatie van de mobiliteits-, verkeersveiligheids- en gebiedsontwikkelingsopgaven onder druk te staan. Daarom wordt voorgesteld om voor 2027 een investeringsbudget van € 5,5 miljoen hiervoor beschikbaar te stellen. Dit geeft een structurele last van € 220.000 vanaf 2028. Een eventuele investeringsopgave op mobiliteit vanaf 2028 wordt inzichtelijk gemaakt ten behoeve van de Voorjaarsnota 2028. |
|
Netcongestie |
Netcongestie raakt de uitvoerbaarheid van onze ruimtelijke ambities. Een deel van de projecten kan doorgaan, maar er staan ook projecten op de wachtlijst. We gaan per project bepalen of er nog mogelijkheden zijn, bijvoorbeeld op basis van bestaande aansluitingen, netbewust ontwikkelen of alternatieve oplossingen. Hiervoor gaan we ook in gesprek met Enexis en de betreffende ontwikkelaars. Deze bredere uitrol vraagt echter extra procesmiddelen voor coördinatie, onderzoek en het uitwerken van oplossingen met netbeheerders, ontwikkelaars en andere partners. Voor structurele alternatieve energieoplossingen kunnen later aanvullende investeringsmiddelen nodig zijn. Zodra de omvang van de problematiek en de financiële en programmatische impact op de gemeentelijke ambities beter in beeld zijn, komen wij met een nadere analyse en voorstel terug bij uw raad. |