Ga naar de inhoud van deze pagina.
Jaarrekening 2025 Jaarrekening 2025

Risicobeheer

Onder financieringsrisico’s worden verstaan renterisico’s over vlottende en vaste schuld, kredietrisico’s, liquiditeitsrisico’s, koersrisico’s en valutarisico’s. Onze gemeente wordt alleen geconfronteerd met de twee eerstgenoemde risico's.

Renterisico – vlottende schuld (kasgeldlimiet)
In de Wet fido is een begrenzing opgenomen van de kortlopende middelen die gemeenten mogen opnemen, de zogenaamde kasgeldlimiet. De limiet bedroeg in 2025 € 79,1 miljoen ofwel 8,5% van het begrotingstotaal van € 931 miljoen.
Er heeft in 2025 geen overschrijding van de kasgeldlimiet plaatsgevonden.

Rapportage kasgeldlimiet (bedragen x € 1 miljoen)

Ruimte (+)/Overschrijding (-)

Kwartaal 1

+ 79,1

Kwartaal 2

+ 79,1

Kwartaal 3

+ 79,1

Kwartaal 4

+ 79,1

In 2025 hebben we geen kort geld geleend. Er was sprake van een ruime liquiditeitspositie. Dit werd veroorzaakt door een hoge bevoorschotting van het rijk.

Renterisico – vaste schuld (renterisiconorm)
De renterisiconorm begrenst de rentegevoeligheid van de vaste schuldpositie van de gemeente. Het renterisico wordt bepaald door de som van het bedrag aan aflossing en het bedrag aan renteherziening op de vaste schuld. De renterisiconorm bedraagt 20 procent van het begrotingstotaal. Dit houdt in dat maximaal 20 procent van het totaal van de begroting aan rentegevoeligheid onderhevig mag zijn.
In onderstaande tabel wordt deze norm afgezet tegen de feitelijke situatie. Hieruit blijkt dat wij ruim binnen de gestelde norm zijn gebleven.

Bedragen x € 1.000

Rekening 2025

Begroting 2025

Begrotingstotaal 2025

931.275

931.275

Het bij ministeriële regeling vastgestelde percentage

20%

20%

Renterisiconorm

186.255

186.255

Toets Renterisiconorm

Renterisiconorm

186.255

186.255

Renterisico op vaste schuld

30.000

30.000

Ruimte (+) / Overschrijding (-)

+156.255

+156.255


Kredietrisico
Kredietrisico’s ontstaan enerzijds door het verstrekken van leningen, anderzijds door het verstrekken van gemeentegaranties. Het treasurystatuut bepaalt dat uitzettingen en garanties alleen tot stand komen indien zij een publieke taak dienen.
Bij het beoordelen van verzoeken om leningen of garanties te verstrekken wordt in elk geval nagegaan of voor de sector waarin de instelling werkzaam is een zogenaamd waarborgfonds bestaat. Ondanks deze terughoudendheid is het latente kredietrisico de laatste jaren enigszins toegenomen. Banken zijn terughoudend met financiering, waardoor juist minder financieel solide organisaties een beroep op de gemeente doen. De gemeente heeft in 2025 geen leningen afgewaardeerd en is niet aangesproken op haar garanties.