Ga naar de inhoud van deze pagina.
Jaarrekening 2025 Jaarrekening 2025

Financiële hoofdlijnen

Inleiding

Dit onderdeel geeft inzicht in de uitkomst van de rekening van de gemeente 's-Hertogenbosch over 2025. De presentatie van het resultaat gebeurt op hoofdlijnen. Een meer gedetailleerde analyse is opgenomen bij de behandeling van de programma's. Het voorstel tot bestemming van het rekeningresultaat is het sluitstuk van dit onderdeel.

Uitkomst

Bedragen (x € 1 miljoen)

Begroting 2025 na wijziging

Rekening 2025

Verschil

Lasten

956,5

907,8

48,7

Baten

938,2

940,3

-2,1

Saldo lasten en baten

-18,3

32,5

50,8





Mutatie eigen vermogen




- Toevoegingen

109,6

120,8

-11,2

- Beschikkingen

127,9

106,1

21,8

Per saldo mutaties eigen vermogen

18,3

-14,7

-33,0

Geraamd/gerealiseerd resultaat

0

17,8

17,8


Het positieve resultaat moet gewogen worden in het licht van de financiële dossiers die op korte termijn gaan spelen, zoals de verduurzaming van ons maatschappelijk vastgoed, de tekorten op het sociale domein, de energietransitie en de parkeerexploitatie. Ons college heeft eerder de keuze gemaakt om deze bestuursperiode beleidsarm op te leveren, waarbij er mede met dit jaarrekeningresultaat ook financieel ruimte is voor het nieuwe college en de nieuw raad om op deze dossiers keuzes te maken.

Voorstel bestemming rekeningresultaat:

Het positief rekeningresultaat ad € 17,8 miljoen als volgt te bestemmen:

• € 1,848 miljoen storten in de nieuw te vormen Reserve Realisatiestimulans Woningbouw

• € 15,9 miljoen te storten in de Algemene Reserve

De Realisatiestimulans is een nieuwe bijdrage van het Rijk aan gemeenten. De verantwoordelijkheid van gemeenten om regie op ruimtelijke ontwikkelingen en woningbouw te nemen resulteert veelal in financiële tekorten. Met de realisatiestimulans ontvangt de gemeente voor elke in aanbouw genomen betaalbare woning, waarvoor geen andere rijksbijdrage wordt ontvangen, € 7000,-. Onder betaalbare woningen worden verstaan de sociale huur, de middeldure huur en betaalbare koop. Voor het jaar 2025 ontvangen we een bedrag van € 1.848.000 Deze bate is in de jaarrekening verwerkt. Omdat deze middelen niet direct gekoppeld zijn aan individuele projecten, zoals bij de woningbouwimpuls en de startbouwimpuls wel het geval is, moeten we deze te ontvangen middelen van het Rijk op een andere wijze financieel verwerken. Via de actualisatie 2026 wordt aan de raad voorgesteld een nieuwe reserve hiervoor te vormen. Middels deze bestemmingsreserve kunnen middelen uit de Realisatiestimulans worden opgespaard om in de toekomst verlieslatende woningbouwprojecten financieel te ondersteunen of risico’s af te dekken. We stellen voor de Realisatiestimulans Woningbouw 2025 ad € 1,848 miljoen te storten in de nieuwe reserve Realisatiestimulans Woningbouw.

Het resterende positieve rekeningresultaat van € 15,9 miljoen te verrekenen met de algemene reserve is overeenkomstig onze bestendige gedragslijn.

Het streefniveau van de algemene reserve is 7,5% van de algemene uitkering uit het gemeentefonds.
Voor 2025 is dit streefniveau € 34,4 miljoen. De werkelijke stand per 31 december 2025 is € 66,7 miljoen. Bij het huidige resultaat betekent dit dat we na resultaatbestemming uitkomen op een stand van € 82,6 miljoen. Dit is € 48,2 miljoen boven de streefwaarde op basis van de algemene uitkering 2025.
In eerdere begrotingen (2025 en 2026) is in totaliteit reeds € 16,9 miljoen hiervan ingezet als dekking incidenteel nieuw beleid c.q. extra dotatie aan het Structuurfonds. Rekening houdend met deze onttrekkingen resteert nog een bedrag van € 31,3 miljoen boven de streefwaarde van de algemene reserve.

Financiële hoofdlijnen
Onderstaande tabel geeft het verschil weer tussen begroting en realisatie voor de belangrijkste onderwerpen.

Financiele Hoofdlijnen

bedragen x € 1 miljoen

Uitkomst Actualisatie begroting 2025 en structureel nieuw beleid vanaf 2025

Dit betreft het nadelige saldo van de actualisatie van de begroting 2025 en het nieuw beleid uit de Voorjaarsnota 2026 dat al in 2025 is geëffectueerd. Het nadeel bedraagt € 2,6 miljoen.

Afvalstoffendienst

Bij de actualisatie van de begroting 2025 is een verlies genomen van € 3,0 miljoen. We rapporteren nu twee onderdelen die, samengenomen, een zeer beperkte afwijking geven ten opzichte van de bijgestelde begroting:

Werken derden (nadeel € 1,1 miljoen):

  • Dit nadeel wordt veroorzaakt door overcapaciteit van de overslaghal. Door het stoppen van het bedrijfsmilieustation en het regionaal sorteercentrum in het kader van de veiligheid, ontbreekt een deel van de financiële dekking van de overslaghal. Diezelfde overslaghal is ook duurder geworden door alle ingrepen die gedaan zijn om de veiligheid te verhogen, zoals het extra toezicht op veilig werken en de nieuwe vloeistofdichte vloer. Daarnaast zijn er in 2025 hoger dan geraamde onderhouds- en reparatiekosten biomassacentrale (eind 2025 vervangen). De hogere uitbestedingskosten inzameling en afzet zijn nog niet volledig gedekt in externe tarieven als gevolg van de geldende contractafspraken. Dit wordt aangepakt door het opstellen van nieuwe dienstverleningsovereenkomsten.

Vennootschapsbelasting (voordeel € 1 miljoen):

  • In 2025 is een voordeel gerealiseerd welke betrekking heeft op het verschil tussen de definitieve aangifte vennootschapsbelasting over 2024 en het betaalde voorschot vennootschapsbelasting over 2024. Het verschil betreft een voordeel van € 0,8 miljoen. Deze definitieve aangifte is eind 2025 ontvangen van de belastingdienst. Daarnaast wordt voor belastingjaar 2025 uitgegaan dat geen vennootschapsbelasting is verschuldigd (€ 0,2 miljoen voordeel)

Algemene Uitkering

De decembercirculaire 2025 leidt tot de volgende financiële wijzigingen:

- De actualisatie van de basisgegevens 2025 resulteert in een negatief budgettair effect van € 1,1 miljoen. De belangrijkste oorzaak hiervan zijn de gestegen WOZ‑waarden. Deze zorgen enerzijds voor hogere opbrengsten uit de onroerendezaakbelasting (OZB), maar hebben anderzijds een neerwaarts effect op de uitkering uit het gemeentefonds.

- Daarnaast zijn er diverse (nieuwe) decentralisatie‑uitkeringen en taakmutaties verwerkt die van invloed zijn op het boekjaar 2025. De grootste mutaties betreffen de compensatieregeling voor medewerkers van sociaal ontwikkelingsbedrijven, het faciliteitenbesluit opvangcentra, de Wet versterking regie volkshuisvesting, de meerkosten Oekraïne binnen het sociaal domein en het impulsbudget voor arbeidsmarktregio’s. Een deel van deze decentralisatie‑uitkeringen en taakmutaties wordt (gedeeltelijk) doorgeschoven naar 2026, aangezien in 2025 hiervoor geen kosten meer zijn gemaakt. Dit betreft een bedrag van € 0,9 miljoen. De kosten die in 2025 wel zijn gemaakt, zijn verantwoord binnen de inhoudelijke programma’s en bedragen € 1,1 miljoen.

Per saldo is er geen resultaat.

Arbeidsparticipatie (Reserve Werk- en Ontwikkelbedrijf)

De grootste positieve afwijking betreft een voordeel op diverse Rijksbudgetten die gunstiger uitvallen (bijna € 1,8 miljoen). Diverse kleinere afwijkingen rond de uitvoering van de wetten rond Werk en Inkomen leiden tot het resterend nadeel van € 40.000. Dit gaat onder andere om afwijkingen bij de werkvormen (loon en omzet) en inkoop van ondersteunende taken.

Naast arbeidsparticipatie rekenen ook een deel van de voordelen op personeelskosten, kapitaallasten en overige verschillen af naar deze reserve. De reserve werk- en ontwikkelbedrijf is gemaximeerd op 15% van het achterliggende budget wat nu gelijk staat aan een maximumbedrag van € 9,6 miljoen. Na verrekening zou het saldo van deze reserve ultimo 2025 uitkomen op € 13,4 miljoen. Het bedrag boven dit maximum valt vrij en bedraagt € 3,8 miljoen.


Beschermd Wonen/Maatschappelijke opvang

De zorginkoop beschermd wonen valt in 2025 € 1,4 miljoen hoger uit dan begroot. De belangrijkste oorzaken zijn de afwikkeling van zorginkoop uit voorgaande jaren (€ 0,9 miljoen  nadeel) en een hoger aantal cliënten (€ 0,4 miljoen nadeel). Daartegenover staan o.a. voordelen van € 0,5 miljoen aan lagere personele kosten. Daarnaast ontstaat op het regionaal uitvoeringsprogramma een voordeel van € 0,35 miljoen door lagere Projectuitgaven. We ontvingen ook nog een hogere rijksbijdrage (€ 0,1 miljoen voordeel).

Op de zorginkoop maatschappelijke opvang (incl. winteropvang) is een voordeel van € 0,05 miljoen. Mede omdat de winteropvang een jaar langer op de oude WeenerXL-locatie kon blijven ontstaat ook een voordeel op de ontwikkelkosten Maatschappelijke Opvang van € 0,15 miljoen. Doordat er in medio 2025 een eigen inloop voor daklozen is geopend (EigenTijd), zorgt dit voor een voordeel van € 0,3 miljoen. Tenslotte is er voor lokale aanpak dakloosheid een voordeel van € 0,4 miljoen, doordat een aantal projecten vertraging heeft opgelopen. Alle voor- en nadelen worden verrekend met de reserve Sociaal en Zorgfondsfonds en Reserve Beschermd Wonen en Maatschappelijke opvang regionaal. Het klein resultaat wordt veroorzaakt doordat in de decembercirculaire extra middelen zijn verstrekt.

Bijzondere bijstand

De bijzondere bijstand is een open einderegeling, waarbij zowel de aard als het aantal cliënten van jaar tot jaar kan fluctueren. In het betreffende jaar zijn de kosten voor de Individuele Inkomenstoeslag (IIT) gestegen doordat er meer personen gebruik van hebben gemaakt. Daarnaast is het aantal burgers dat onder bewind is gesteld toegenomen en is de landelijke indexatie van de bewindvoeringstarieven hoger uitgevallen dan de gemeentelijke indexatie. Incidentele kosten voor Bijzondere Bijstand zijn van te voren niet goed in te schatten omdat deze alleen vergoed worden als de situatie zich voordoet. Deze kostenstijgingen leiden tot een nadelig resultaat van € 0,3 miljoen.


BUIG (reserve Werk en Inkomen)

Op de BUIG wordt per saldo wordt een voordelig resultaat gerealiseerd van € 9,1 miljoen, dit is € 3,1 miljoen hoger dan het begrote voordeel van € 6,0 miljoen en bestaat uit:

  1. Uitkeringskosten; € 0,5 miljoen nadeel

Bij de begrotingsactualisatie 2025 is conform de prognose door het CPB in haar Macro Economische Verkenning (MEV) van september 2024, uitgegaan van een landelijke stijging van het aantal uitkeringen met 0,28%. Op basis hiervan is het gemiddeld aantal uitkeringen in 's-Hertogenbosch geactualiseerd begroot op 3.112 uitkeringen. Het werkelijk gemiddeld aantal uitkeringen in 2025 is 3.101, met een eindstand 2025 van 3.076 uitkeringen. Het gemiddelde ligt 11 lager dan begroot. Het financieel effect van deze zeer beperkte afwijking is marginaal.

Het nadeel wordt hoofdzakelijk verklaard door:

- Afbouw van de algemene heffingskorting, waardoor de gemiddelde uitkeringsprijs meer is gestegen dan was voorzien in de geactualiseerde begroting. Het nadelig effect hiervan bedraagt € 1,1 miljoen waarvoor we worden gecompenseerd in het BUIG budget.

- € 0,5 miljoen voordeel wegens lagere kosten Besluit Bijstandverlening Zelfstandigen, een voordeel op de sociaal debiteuren en een hogere stijging van de inkomstenkorting.

- € 0,1 miljoen voordeel door het beperkt lagere aantal uitkeringen.

2. Loonkostensubsidie; € 0,8 miljoen nadeel

Een beperkt hoger gemiddeld aantal gerealiseerde plaatsingen met loonkostensubsidie (650fte ipv 646fte), maar vooral een hogere gemiddelde prijs dan begroot leiden tezamen tot een nadelig resultaat van € 0,8 miljoen.

3. BUIG Budget; € 4,4 miljoen voordeel

Op 30 september is het definitieve BUIG budget (macro en per gemeente) gepubliceerd. Hieruit blijkt dat het BUIG budget 2025 voor onze gemeente circa € 4,4 miljoen hoger is dan begroot. Dit wordt voor circa € 4,0 miljoen veroorzaakt door de verwachte effecten vanuit Rijksbeleid (zoals compensatie afbouw algemene heffingskorting), realisaties voorgaand jaar, conjunctuur effecten en indexatie. Het aandeel van onze gemeente in het macro budget voor de loonkostensubsidies ligt 0,07% hoger dan begroot wat € 0,4 miljoen voordeel betekend. Voor de uitkeringen is het gemeentelijk aandeel vrijwel conform onze begroting.

4.Het BUIG budget 2025 is hoger dan begroot, waardoor de storting in de reserve Fonds Werk en Inkomen hoger wordt. Deze vormt een aanvullend nadeel in de exploitatie van € 0,3 miljoen.

Per saldo leiden bovenstaande ontwikkelingen tot een positief budgettair resultaat van € 2,8 miljoen.

Cultureel Wijkenprogramma

De subsidie voor het cultureel wijkenprogramma wordt slechts voor een deel beschikt. Reden hiervoor is dat het meer tijd heeft gekost dan verwacht om bestuursleden te vinden, een stichting op te richten en bedrijven te verbinden. De bestuursleden hebben daarom besloten in 2025 alleen een pilot te starten. Het voordelig resultaat bedraagt € 0,2 miljoen.

Budgetoverheveling

In de landelijke kadernota Rechtmatigheid is aangegeven dat incidentele beschikbare budgetten die niet (volledig) worden uitgegeven in het lopend boekjaar middels een begrotingswijziging worden overgeheveld naar volgend boekjaar. Bij de MARAP heeft de raad op basis van prognoses van een bedrag van € 31 miljoen overgeheveld. De realisatie wijkt hier € 3,1 miljoen van af. Dit wordt onder meer veroorzaakt door de budgetten die we pas verkregen hebben bij de decembercirculaire. Per saldo zorgt dit niet voor een budgettair effect.


Volksfeesten

In 2025 is als gemeente een nadere professioneringsslag gemaakt ten aanzien van carnaval en D’n Elfde van d’n Elfde. Deze wijziging was nodig om de leefbaarheid en de balans in de stad tussen het volksfeest en de overige gebruikers van onze stad voor de toekomst te kunnen waarborgen. We zien namelijk nog steeds een toename in het aantal bezoekers van het volksfeest carnaval en D’n Elfde van d’n Elfde en de populariteit daarvan. Deze toename dienen we in goede banen te leiden. De ontwikkeling naar een meer duurzame vorm van carnaval en D’n Elfde van d’n Elfde zal de komende jaren nog verder vorm krijgen. De afgelopen jaren zagen we ook al budgettaire overschrijdingen op volksfeesten die in de recente maraps over afgelopen jaren kenbaar zijn gemaakt. Echter de huidige ontwikkeling vraagt op dit moment meer van ons, dan dat we de afgelopen jaren hebben ingezet. Veel van de kosten die in 2025 zijn gemaakt waren er ook al in het verleden, maar zijn in 2025 sterk toegenomen. Hoewel de intentie is dat we kosten op termijn terugdringen, is er in 2025 een nadeel van € 1,2 miljoen op evenementen en volksfeesten waarbij het grootste deel veroorzaakt is door carnaval. We hebben de activiteiten en daarmee kosten ronden evenementen nu scherp inzichtelijk en creëren daarmee grip. We zullen richting de begroting 2027 de situatie rondom deze volksfeesten nog verder in kaart brengen en eventuele keuzes hieromtrent aan de raad voorleggen.


Exploitatie Maaspoort Den Bosch

De overschrijding is het gevolg van een aantal incidentele kostenposten, waaronder extra uitgaven voor personeel. Enerzijds door extra kosten als gevolg van langdurige ziekte en anderzijds door extra stagevergoedingen. Daarnaast is het team tijdelijk uitgebreid in verband met het evenement WK handbal in Maaspoort. Tenslotte zijn er incidentele uitgaven die vooraf niet begroot waren, zoals de fee voor het hosten van het WK handbal, de aanschaf van een hoogwerker en kosten voor een akoestisch onderzoek om de geluiduittreding vanuit de hal te beperken. Per saldo een negatief resultaat van € 0,2 miljoen.


Groen- en reststroken

Conform de door het college vastgestelde Uitvoeringsregels groen- en reststroken worden in beginsel geen gronden meer verkocht of verhuurd. Dit is een bewuste keuze om zoveel mogelijk gronden in eigendom te houden vanwege de energie transitie en –congestie, waarvoor nog niet voorziene boven- en ondergrondse voorzieningen nodig zijn. Dit zorgt voor minder opbrengsten en leidt tot een nadelig resultaat van € 0,2 miljoen.

Groene Schil

De gemeente ’s-Hertogenbosch (feitelijk de voormalige gemeente Maasdonk) stelde onder de Wet ruimtelijke ordening de Structuurvisie Groene Schil Nuland vast. Op basis van deze structuurvisie kon de gemeente in een anterieure overeenkomst met initiatiefnemers een bepaling opnemen voor een financiële bijdrage aan het Reconstructiefonds De Groene Schil. Vanuit dit fonds zijn de kosten die betrekking hadden op de kwaliteitsverbetering van het gebied rond Nuland (buitengebied), zoals benoemd in de structuurvisie, bekostigd. Door een financiële bijdrage voor dit fonds te vragen aan initiatiefnemers zijn de kosten voor de kwaliteitsverbetering evenredig verdeeld over de verschillende bouwplannen in het gebied. Op het moment dat de Omgevingsvisie is vastgesteld en in werking treedt komt de Structuurvisie Groene Schil Nuland te vervallen. Hiermee komt de juridische basis voor het vragen van een financiële bijdrage aan het Reconstructiefonds De Groene Schil te vervallen. Financieel betekent dat dat de gemeente geen bijdragen meer ontvangt en dat de restant boekwaarde administratief zal moeten worden afgeboekt. Het nadelig resultaat bedraagt € 0,3 miljoen.


Grondbedrijf

Zie de paragraaf Grondbeleid

Inzet op projecten afdeling projectmanagement en voorbereiding.

Het landelijk tekort aan projectleiders en werkvoorbereiders werkt ook door binnen de gemeente ’s Hertogenbosch. Dit tekort leidt tot een verhoogd personeelsverloop, zowel onder vaste medewerkers als bij ingehuurde capaciteit. Als gevolg hiervan ontstaan knelpunten in de projectuitvoering, waaronder overdracht van projecten, extra inwerktijd voor nieuwe medewerkers en daarmee samenhangend productiviteitsverlies. Bij het vaststellen van de intern door te berekenen tarieven voor 2025 is geen rekening gehouden met dit externe arbeidsmarkteffect. Hoewel de lagere bezetting leidt tot lagere personeels- en inhuurkosten, resulteert het verminderde productiviteitspercentage per saldo in een incidenteel nadeel van € 0,7 miljoen in 2025.Voor de komende jaren wordt dit effect expliciet meegenomen bij de bepaling van de interne tarieven, zodat deze beter aansluiten bij de feitelijke uitvoeringscapaciteit.


Jeugdhulp

Ten opzichte van de gewijzigde begroting 2025 is er sprake van een tekort van € 2 miljoen als gevolg van hogere zorguitgaven ten opzichte van de begroting. Gedurende 2025 is de begroting met € 4 miljoen positief bijgesteld op basis van de meicirculaire 2025.

De kostenstijging wordt vooral veroorzaakt door een toenemende behoefte aan maatwerk bij zeer complexe casuïstiek. De grootste kostenstijging doet zich voor in de ambulante hulpverlening, ggz, begeleiding en daghulp een ontwikkeling die al meerdere jaren gaande is. Daarnaast is het aantal jeugdigen voor wie jaarlijks meer dan € 0,2 miljoen aan ondersteuning nodig is, gestegen van 8 in 2024 naar 16 in 2025. Deze toename wordt mede veroorzaakt doordat de gesloten jeugdzorgvoorzieningen voor jongeren die niet meer thuis of in een zo thuis mogelijke omgeving kunnen wonen, sneller sluiten dan dat er alternatieve voorzieningen worden opgebouwd.

Zoals toegelicht tijdens de I&O commissie van 17 november 2025 werkt het college momenteel aan een plan voor toekomstbestendige hulp en ondersteuning. De besluitvorming hierover vindt in 2026 plaats.

Het tekort van € 2 miljoen valt weg tegen een gunstige eenmalige bijstelling van de Rijksuitkering via de septembercirculaire van € 7 miljoen. Deze is toegekend ter compensatie van de landelijke tekorten in de jeugdzorg. Per saldo voegen we daarom € 5 miljoen toe aan de reserve sociaal en zorgfonds. Voor het lokaal programma Jeugdhulp was in 2025 € 3,5 miljoen beschikbaar. Dit programma heeft als doel de druk op de jeugdhulp te verlichten en de toegankelijkheid voor kwetsbare kinderen en gezinnen te verbeteren door het vrij toegankelijke aanbod beter aan te laten sluiten op de werkelijke ondersteuningsbehoefte. Deze ondersteuning is beschikbaar op voor cliënten logische plekken, zoals scholen en huisartsenpraktijken. Conform de verwachting bij de Managementrapportage 2025 resteert € 0,7 miljoen van het totale budget. Dit bedrag is ook toegevoegd aan het sociaal & zorgfonds.


Kapitaallasten

Het voordeel wordt gerealiseerd doordat investeringen worden doorgeschoven naar 2026 in verband met langere levertijden, gebrek aan personele capaciteit en vertraagde aanbestedingen. Voorbeelden zijn MIRT A2, GSB aandachtsgebieden en mobiliteit binnenstad. Het voordeel bedraagt € 4,3 miljoen.

Leges

Het nadeel van € 0,4 miljoen bestaat uit twee onderdelen.

1. Een aantal grote dossiers/ leges voor zonnevelden zijn eerder afgesloten dan verwacht, waardoor er toch onverwacht veel meer is binnengekomen. We constateren een daling van de opbrengsten uit leges voor bouwvergunningen van € 0,5 Hoewel het totale aantal omgevingsvergunning aanvragen (inclusief conceptverzoeken) stabiel blijft, neemt vooral het aantal grote bouwprojecten (met bouwkosten boven € 1 miljoen en dus hogere legesopbrengsten) af. De terugloop in aanvragen kan onder meer worden verklaard door de piek in 2024 in aanloop naar de invoering van de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging, de complexiteit van projectontwikkeling, juridische procedures en de stikstofproblematiek. Aangezien het aantal en de omvang van omgevingsvergunning aanvragen vraag gestuurd zijn, leidt het uitblijven van grote projecten naar verwachting over het gehele jaar tot lagere legesopbrengsten. Voor 2026 hanteren we vooralsnog de huidige raming, maar we signaleren hierbij een reëel risico op lagere legesinkomsten. In de komende periode voeren we een nadere analyse uit en bekijken we mogelijke beheersmaatregelen, zoals een aanpassing van de legestarieven of het terug schalen van personele inzet en inhuur. Begin 2026 wordt een verdiepende analyse uitgevoerd om te bepalen of de daling structureel van aard is. Indien dit het geval blijkt, zal bij de begroting 2027 onder andere worden gekeken naar de tarifering van de verschillende leges, met het oog op kostendekkendheid voor de komende jaren. Een bekend risico van de invoering van de Omgevingswet is dat de kostendekkendheid van een afdeling VTH onder druk komt te staan. Dit omdat voor veel zaken een meldingsplicht geldt waarvoor geen leges opgevoerd mogen worden. Aan deze meldingen zit echter wel arbeid vast.

2.Daarnaast bleek dat er nog ongefactureerde werkzaamheden 2024 voor Heusden open stonden en vanwege de onzekerheid over het verloop van de Omgevingswet en Wet Kwaliteitsborging is er terughoudendheid geweest met het aangaan van financiële en personele verplichtingen.


Liquidatieuitkering CSV

De resterende activiteiten van CSV Amsterdam B.V. met betrekking tot de verkoop van Attero Holding N.V. is in 2014 afgerond. De gerechtelijke procedure met de Belastingdienst over de naheffingsaanslag afvalstoffenbelasting is geëindigd, en er zijn geen openstaande rechten of verplichtingen meer voortvloeiend uit deze transactie. In de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 17 april 2025 is unaniem besloten tot de ontbinding en liquidatie van CSV Amsterdam B.V. In dat kader is een liquidatiebalans opgesteld en goedgekeurd, en is ingestemd met een uitkering van de resterende liquide middelen aan de aandeelhouders. De gemeente 's-Hertogenbosch heeft € 0,3 miljoen ontvangen. Bovenstaande ontwikkeling heeft geleid tot een positief resultaat van € 0,3 miljoen.


Onderwijshuisvesting

In 2025 werd gewerkt aan diverse bouwprojecten. Zo is KC De Hobbit in augustus opgeleverd en in gebruik genomen. Zoals ook al werd toegelicht in het raadsvoorstel IHP van 1 april 2025 zijn enkele projecten nog niet afgerond en vallen de bijbehorende kapitaallasten ad € 0,55 miljoen vrij. De vernieuwbouw van KC Zuiderster start later dit jaar en EC ’t Sparrenbos, KC Het Stadshart en De Mariaschool zijn in voorbereiding. Een gedeelte van de vrijgevallen kapitaallasten wordt verrekend met de reserve Activa.

Oninbare belastingdebiteuren

In 2023 is gebleken dat de voorziening voor oninbare belastingdebiteuren hoger was dan noodzakelijk. Om die reden is toen het percentage oninbaar bij de belastingopbrengsten verlaagd van 0,4% naar 0,3%. Nu is gebleken dat dit percentage ook nog te hoog is en daarom zal dat per 2027 worden verlaagd naar 0,2%. We laten nu het bedrag dat niet nodig is voor het afdekken van het risico van oninbaarheid vrijvallen. Dit leidt tot een positief resultaat van € 1,3 miljoen.


Onvoorzien

In 2025 is geen beroep gedaan op de post onvoorzien.


Opvang Ontheemden

Het totale nadeel van € 1,7 miljoen (grotendeels verrekend met de reserve Opvang Ontheemden) is ontstaan door de volgende factoren:

1. Leefbaarheidsplan (nadeel € 0,2 miljoen)

Bij de uitvoering van het leefbaarheidsplan voor het AZC Pettelaarpark, om het AZC daar een zachte landing te geven in de omgeving, gebleken dat intensievere maatregelen nodig waren op het gebied van veiligheid en participatie/integratie dan aan de voorkant voorzien. Deze maatregelen zijn, zodra dit kon ook weer afgebouwd. Ook is in 2025 aangevangen met de voorbereidingen van het leefbaarheidsplan voor AZC Kruithoorn en de communicatie, het omgevingsmanagement en de technische voorbereiding. Bij het vormgeven van het leefbaarheidsplan wordt gewerkt langs de kaders die de raad gegeven heeft in de motie "humane opvang" en de motie "Plus Bosch model rond AZC". Dit zijn de voornaamste oorzaken van afwijkende uitgaven. Tegenover deze hogere uitgaven staat een voordeel op de begrote ambtelijke capaciteit.

2. Investering opvang Parallelweg (nadeel € 1 miljoen)

Er was een investering nodig van € 1 miljoen om een acuut onveilige situatie in de opvang aan de Parallelweg op te lossen

3. SiSa verantwoording 2024 (nadeel € 0,7 miljoen)

Er is een afwijking ontstaan bij de afwikkeling van de SiSa verantwoording 2024. Eind 2025 heeft het ministerie aangegeven dat er een verschil was in de aantallen onder de particuliere opvang van Oekraïense ontheemden. De gemeente heeft hierop tijdig een gecorrigeerde SISA verantwoording aangeleverd aan het ministerie.

4. Incidentele bijdrage Rijk

Een incidentele bijdrage vanuit het Rijk vanwege faciliteitenbesluit opvangcentra, ontvangen via de decembercirculaire 2025, zorgt voor een voordeel van ca. € 0,2 miljoen.

Rijksbijdrage Realisatiestimulans Woningbouw 2025

In november 2025 heeft het Rijk de Realisatiestimulans Woningbouw gepubliceerd. De verantwoordelijkheid van gemeenten om regie op ruimtelijke ontwikkelingen en woningbouw te nemen resulteert veelal in financiële tekorten. Met de realisatiestimulans ontvangt de gemeente voor elke in aanbouw genomen betaalbare woning, waarvoor niet via een rijksregeling middelen worden ontvangen, € 7.000,-. Onder betaalbare woningen worden verstaan de sociale huur, de middeldure huur en betaalbare koop. Het bedrag wordt jaarlijks verstrekt als een vrij besteedbare financiële bijdrage ten behoeve van de woningbouwopgave. De commissie BBV heeft recent (maart 2026) bepaald dat de bijdrage verantwoord moet worden in het jaar waarin de bouw van de woning is gestart. Dat betekent dat we in de jaarrekening 2025 een bedrag van € 1.848.000 (264 woningen x € 7.000) als bate nemen.

Via de resultaatbestemming stellen we voor om de ontvangen middelen te reserveren om de woningbouwopgave binnen onze gemeente in brede zin te ondersteunen.

OZB

Bij het opstellen van de begroting is een inschatting gemaakt van de verwachte vermindering van de OZB opbrengsten over voorgaande jaren als gevolg van ingediende bezwaren. Deze inschatting is achteraf te laag gebleken, wat heeft geleid tot een budgettair nadeel van € 0,2 miljoen.


Parkeren

De totale parkeeropbrengsten zijn € 0,3 miljoen lager dan begroot. Er zijn hogere opbrengsten naheffingsaanslagen (€ 0,1 miljoen) als gevolg van de extra inzet van de scanauto waardoor meer naheffingsaanslagen opgelegd zijn in Q4. Daartegenover staan lagere inkomsten (€ 0,4 miljoen) uit kort parkeren en vergunningen (straat, parkeergarages en transferium). Dit verschil ten opzichte van de begroting wordt veroorzaakt doordat de begrote index de afgelopen jaren structureel hoger was dan de werkelijke index, waardoor de begroting steeds verder afwijkt van de realiteit. Daarnaast ligt het huidige parkeervolume nog steeds onder het niveau van vóór de Covid-periode.

De parkeeruitgaven zijn € 0,5 miljoen lager dan begroot. Het grootste voordeel wordt behaald op kapitaallasten (€ 0,6 miljoen) als gevolg van investeringen die naar achteren zijn verschoven. Verder zijn de kosten voor de exploitatie van fietsenstallingen (Stationsplein en Gasthuiskwartier) lager dan begroot (€ 0,3 miljoen). Hiertegenover staan hogere kosten in het kader van huurdersonderhoud (€ 0,3 miljoen) en een nadeel op personeelskosten.

Doordat het voordeel op de kosten groter is dan het tekort aan opbrengsten kan in 2025 € 0,3 miljoen extra gestort worden in de Reserve Parkeer en Verkeer.


Pensioen Wethouders

De pensioenvoorziening voor (voormalig) wethouders wordt jaarlijks actuarieel berekend. Deze is ultimo 2025, als gevolg van een gunstigere rentetermijn structuur, toereikend. Hierdoor hoeft er geen storting plaats te vinden en is het resultaat € 0,2 miljoen voordelig.


Personeelskosten

In de actualisatie 2025 zijn de gemeentelijke loonkosten structureel verhoogd met € 4,5 miljoen. Het CPB verwachtte namelijk dat de loonvoet sector overheid voor 2025 6% zou zijn, terwijl in onze begroting uitgegaan was van 3%. In juni is een nieuwe CAO voor gemeenten afgesloten. De daarin opgenomen afspraken zijn toch meer in lijn met onze oorspronkelijke inschatting. Derhalve kan de extra reservering voor loonkosten komen te vervallen. Daarnaast wordt het voordeel grotendeels veroorzaakt doordat niet alle vacatures (direct) – zijn ingevuld, mede als gevolg van de krappe arbeidsmarkt. Het voordeel bedraagt € 6,0 miljoen.

RC schatkist

Als gevolg van de ontvangen bevoorschotting van het Rijk voor specifieke uitkeringen hebben we een positief kassaldo. We zijn verplicht dit af te storten in de Schatkist. De rentevergoeding die we hierover ontvangen is begroot, maar valt in werkelijkheid ruim € 1,2 miljoen hoger uit. We merken op dat het lastig is om deze opbrengst goed in te schatten, omdat deze enerzijds afhankelijk is van de kaspositie van de gemeente en anderzijds van het rentebeleid van de ECB. Ook eind 2025 hebben we weer substantiële bevoorschotting ontvangen, waardoor het kassaldo hoger is geworden.


Riolering

Binnen het programma riolering en gemalen is sprake van een onderbesteding. Deze onderbesteding is het gevolg van lagere energiekosten bij de gemalen, veroorzaakt door het droge voorjaar. Daarnaast heeft de aannemer door capaciteitsproblemen (personeel) op de arbeidsmarkt niet het volledige areaal van de gemeente ’s-Hertogenbosch kunnen uitvoeren, waaronder reiniging/ inspectie van vrijverval riolering en vervanging van drukriolering. Ook de geplande werkzaamheden om de achterstand in mutaties weg te werken binnen het nieuwe beheersysteem zijn dit jaar niet doorgevoerd, omdat de implementatie van het systeem nog niet is afgerond. Deze werkzaamheden worden doorgeschoven naar volgend jaar. Tot slot zijn niet alle investeringen rondom riolering uitgevoerd. De lagere kosten worden verrekend met de voorziening riolering met uitzondering van de hogere rentekosten als gevolg van verhoging van de renteomslag (€ 0,3 miljoen). Deze laatste komt ten laste van de algemene dienst.


Serious Request

De totale netto kosten die gemaakt zijn voor Serious Request bedragen € 0,5 miljoen.

Hiervan heeft € 0,2 miljoen betrekking op de activatie van de eigen inwoners en € 0,3 miljoen op de organisatie van het evenement en communicatie. De ambtelijke uren die zijn ingezet voor de voorbereiding en uitvoering van Serious Request zijn grotendeels gedekt vanuit de reguliere begroting. Serious Request heeft daarnaast geleid tot verhoogde parkeeropbrengsten van circa € 0,2 miljoen.


Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers

Ter dekking van kosten voortvloeiend uit de afwikkeling van de Tozo-regeling is in het verleden rekening gehouden door het opnemen van een balanspost. Uit een herziene raming blijkt dat de verwachte kosten lager zullen uitvallen. Als gevolg van deze bijstelling is in 2025 een incidenteel voordeel ontstaan van circa € 1,2 miljoen.

Verwijderen kunstgras sportpark De Donken

Om het voormalige voetbalcomplex van TGG op de Donk gereed te maken voor woningbouw diende de oude kunstgrasmat verwijderd te worden. Het betreft hier een van de eerste generatie kunstgras voetbalvelden waarbij gebruik gemaakt is van rubber infill en een rubberlava onderlaag. Het verwijderen van de mat, onderlaag en noodzakelijke sanering van de bodem eronder betekent een aanzienlijke kostenpost die niet voorzien was. Het totale nadeel bedraagt € 0,3 miljoen.

Vrouwenopvang

Door de onjuiste indeling ontving de gemeente Eindhoven doeluitkering vrouwenopvang voor de taken die eigenlijk voor de gemeente Vught bedoeld waren. In december 2025 stemde de gemeenteraad van Eindhoven in met een compensatie van € 0,8 miljoen voor de gemeente ’s‑Hertogenbosch voor de taken die sinds 2015 uitgevoerd werden.

Daarnaast zorgt het uitblijven van de oranjehuisaanpak voor een voordeel van € 0,2 miljoen en is een voordeel behaald op de kosten voor de aanpak van veiligheid in afhankelijkheidsrelaties van € 0,2 miljoen. Het totale overschot ad € 1,2 werd verrekend met het Sociaal & Zorgfonds.

WMO 2007/20215

Het totaal voordelig resultaat is € 0,2 miljoen. Dit bestaat uit o.a. een voordeel van € 0,5 miljoen voor de Wmo-voorzieningen. Bij de regiotaxi is sprake van lagere aantal declarabele kilometers en de groei van cliënten met hulp bij het huishouden (HH) valt lager uit in onze gemeente. Dit laatste komt met name door de wachtlijsten bij de aanbieder door de krapte op de arbeidsmarkt. Daarentegen is er bij de Wmo begeleiding sprake van een nadelig resultaat van € 0,9 miljoen als gevolg van toename in zorg gebruik, een lichte toename in cliënten en cliënten blijven gemiddeld langer in zorg. Bij de uitvoerende teams is een voordeel van € 0,6 miljoen door de verjonging en het later invullen van vacatures. Het resultaat wordt deels verrekend met het Sociaal en Zorgfonds.

Overige verschillen (diverse reserves)

De overige verschillen bedragen per saldo € 1,9 miljoen