Via een risico-inventarisatie hebben we de actuele risico's in beeld gebracht. Die gebruiken we om het risicoprofiel en de benodigde weerstandscapaciteit te bepalen. De belangrijkste risico’s lichten we verderop in deze paragraaf toe.
Om de benodigde weerstandscapaciteit te bepalen hebben we alle risico’s gekwantificeerd. We maken een inschatting van het bedrag dat de gemeente naar alle waarschijnlijkheid (verwachte omvang) kwijt is als het risico zich daadwerkelijk voordoet.
Voor de bepaling van de netto verwachte omvang van risico’s met structurele gevolgen tellen alleen de verwachte gevolgen in de eerste drie jaar mee voor een dalend percentage, namelijk 100% in het eerste jaar, 50% in het tweede jaar en 25% in het derde jaar (totaal 175%). Volgens deze aflopende lijn moeten de gevolgen van het risico zijn geminimaliseerd, dan wel opgevangen binnen de exploitatie.
Als een risico kleiner is dan € 0,5 miljoen dan nemen we hem niet op in deze paragraaf, omdat een dergelijke financiële tegenvaller geen materiële invloed heeft op het totaal van de gemeente financiën.
Vervolgens is een inschatting gemaakt van de waarschijnlijkheid dat het risico zich voordoet (Kans). Aan de hand van referentie en ervaring wordt bepaald in welke kansklasse een risico geclassificeerd wordt. We hanteren daarbij de volgende staffel:
|
Kans (%) |
Klasse |
|
~10% |
1 |
|
~30% |
2 |
|
~50% |
3 |
|
~70% |
4 |
|
~90% |
5 |
Deze inschatting wordt gemaakt op basis van professionele oordeelsvorming en gezamenlijke afweging door de betrokken medewerkers. Voor financiële risico’s die een kans inschatting hebben van 90% of hoger, geldt dat dit feitelijk geen risico’s meer zijn. In deze gevallen wordt per geval beoordeeld of dit als risico opgenomen wordt, dan wel financieel verwerkt in de P&C-cyclus.
Door het vermenigvuldigen van de scores op 'netto verwachte omvang' en 'waarschijnlijkheid' kan per risico een risicoscore worden uitgerekend. Deze risicoscore is een maatstaf voor de potentiële impact van het risico. In gevallen waarbij het openbaar maken van risico’s en bijbehorende kans de belangen van de gemeente kan schaden (zoals juridische geschillen) doen wij in deze paragraaf geen uitspraak over de kans en/of de financiële gevolgen. Voor deze risico’s en alle overige niet gekwantificeerde risico’s nemen we standaard een post in het benodigde weerstandsvermogen op van € 1,5 miljoen.
Onderstaande tabel bevat een samenvattend overzicht van de geïdentificeerde risico’s.
In totaliteit bedraagt de benodigde weerstandscapaciteit € 39 miljoen.
Marktontwikkelingen: krappe arbeidsmarkt, hogere lonen, inflatie en effect op aanbestedingen, energiecontract
Binnen de nieuwe systematiek van het gemeentefonds groeit het accres voor wat betreft de prijscomponent met de prijs BBP. Uit deze prijscompensatie moet ook de loonontwikkeling worden betaald. Door genoemde marktontwikkelingen liggen de loonontwikkelingen hoger dan de prijscompensatie. De enige manier om binnen de financiële kaders te blijven is het realiseren van een verhoogde arbeidsproductiviteit. Vooralsnog zien we die ontwikkeling niet terug in de personeelsformatie. Derhalve dient de extra personele last bovenop de inflatiecorrectie op een andere wijze terugverdiend te worden, bijvoorbeeld door het verhogen van andere opbrengsten. We schatten de omvang van het risico als volgt in:
1) een jaarlijks verschil tussen CAO en prijs BBP van 1%;
2) een loonsom van afgerond 180 miljoen ;
3) 20% kan via andere opbrengsten worden gecompenseerd
Resulteert een jaarlijks risico van 1,5 miljoen. Omdat dit een structureel risico is, vermenigvuldigen we dit bedrag met een factor 1,75 We schatten daarbij in dat dit de kans groot is dat dit risico zich zal manifesteren.
Stikstof: Financiele effecten van stagnatie projecten
Binnen de begrenzing van de gemeente 's-Hertogenbosch ligt een Natura 2000-gebied (Vlijmens Ven/Moerputten & Bossche Broek). De provincie Noord-Brabant is de beheerder van dit N2000 gebied. Daarnaast is de provincie bevoegd tot verlening van vergunningen op grond van de Wet natuurbescherming. Gezien de stikstofdepositie op het gebied heeft Gedeputeerde Staten de vergunningverlening van natuurvergunningen voorlopig opgeschort. Daarnaast heeft de hoogste bestuursrechter in 2025 een aantal juridische uitspraken gedaan over stikstof, waarmee de autonome regelruimte van de gemeente verder is ingeperkt. Dit kan leiden tot vertraging in gebiedsontwikkelingen waar stikstofuitstoot niet kan worden gesaldeerd/gemitigeerd. Dit kan leiden tot risico's op vertraging bij ruimtelijke projecten en procedures, dan wel het (tijdelijk) niet verkrijgen van de vereiste natuurvergunningen. Deze vertragingen kunnen resulteren in hogere plankosten en extra rentekosten door een langere doorlooptijd van de gebiedsontwikkelingen. In de berekening van de omvang van de algemene reserve voor het grondbedrijf wordt dit risico van vertraging (2 á 3 jaar) en de navenante mogelijke kosten ook meegenomen. Het bedrag wat in deze paragraaf wordt meegenomen is het risico op nog langere vertraging en (onrendabele) maatregelen die getroffen moeten worden om projecten doorgang te laten vinden bijvoorbeeld opkopen boeren bedrijven
Cybersecurity
Met de toenemende data-afhankelijkheid van onze processen nemen ook de cyberrisico’s toe. Als deze risico’s zich materialiseren dan zal er schade ontstaan door bijvoorbeeld uitval van systemen, dienstverlening die niet kan plaatsvinden en een boete van de toezichthouder doordat de beveiliging onvoldoende op orde was. Het meest impactvolle financiële gevolg van een cyberaanval zal echter het herstel van data betreffen. Hoe groot deze schade zal zijn is afhankelijk van vele factoren zoals de schade die door de aanval is aangericht, de soort data die er is getroffen, de snelheid waarmee de schade kan worden hersteld, etc.
Het onderbouwd kwantificeren van cyberrisico’s is uitermate complex en tijdrovend. Gekeken naar praktijkvoorbeelden is het meest vergelijkbaar de casus van Hof van Twente in 2020 met een schade van totaal € 4,2 mln. Doorgerekend op basis van aantal inwoners zou ’s-Hertogenbosch een risico van bijna € 19 mln lopen. De kans dat een dergelijk impactvolle hack zich zal voordoen is erg moeilijk te bepalen want niet alleen afhankelijk van de mate van beveiliging, maar ook van het toeval. Gegeven het verhoudingsgewijs lage aantal incidenten en de relatief goede resultaten van de uitgevoerde audits beoordelen we de mate van beveiliging van ons netwerk als bovengemiddeld. Desondanks gaan we, gegeven de snelle en onvoorspelbare ontwikkelingen op dit vlak, uit van een kans van 10%.
Opvang Oekraine: stopzetten Rijk bekostiging irt doorlopende kosten
De kosten waarvoor de reserve opvang ontheemden wordt ingezet zijn grofweg in te delen in twee onderdelen: kosten die voortkomen uit inspanningen die de organisatie heeft gedaan om de opvang van (Oekraïense) ontheemden en mogelijke kosten die ontstaan nadat de Richtlijn Tijdelijke Bescherming Oekraïne (RTB) afloopt waarbij er onzekerheid bestaat over mogelijke Rijksfinanciering.
De Richtlijn Tijdelijke Bescherming Oekraïne (RTB) is in werking vanaf 2022. De RTB regelt het op Europees niveau afgesproken verblijfsrecht van Oekraïners en de vergoeding die het Rijk daarvoor aan gemeenten beschikbaar stelt. De RTB is door het Rijk al een aantal keer verlengd en nu doorgezet tot maart 2027. Voor de uitvoering van de Oekraïne-opvang zijn verplichtingen aangegaan die mogelijk langer doorlopen nadat de financiering vanuit het Rijk voor de opvang van ontheemden Oekraïners is afgelopen. Het gaat daarbij voornamelijk om medewerkers van de opvang met een dienstverband voor onbepaalde tijd en huurcontracten voor locaties waarin Oekraïense ontheemden verblijven. Het is nog onduidelijk in hoeverre het Rijk hier rekening mee gaat houden in het afbouwen van de regeling.
Wat daarna gaat gebeuren is onzeker, als er daarna geen Europese oplossing komt, treedt de Nationale Terugval Optie (NTO) in werking. In dat geval krijgen Oekraïners dezelfde rechten, plichten en voorzieningen als statushouders, met uitzondering van het onderdeel inburgering. De grootste vraagstukken liggen dan in de domeinen wonen, werk en vangnet, samenleven, integratie en onderwijs en zorg. De minister heeft aangekondigd dat financiële compensatie voor gemeenten onderdeel is van de NTO. De mate waarin dit toereikend is echter nog onduidelijk.
In september 2024 heeft de gemeenteraad de reserve opvang vluchtelingen en ontheemden ingesteld uit voordelen bij het opvangen van ontheemden in de eerste jaren van de oorlog. De reserve is bedoeld om brede opgaves in de opvang van vluchtelingen te financieren. Per 31-12-2025 zit er ruim € 13 mln in deze reserve. De verwachting is dat de reserve dekkend is om aan de verplichtingen die binnen dit beleidsveld op ons afkomen te voldoen. Met zekerheid is dit echter niet te stellen. Voornamelijk de kosten die ontstaan in de fase na het intreden van de Nationale Terugval Optie (NTO) bieden onzekerheid. Om die reden blijft het risico in tact.
Stopzetten landelijke vreemdelingen voorziening (LVV) of vergelijkbare regelingen: risico op stopzetten rijksuitkering
Sinds 1 januari 2022 wordt de Wet Inburgering 2021 (WI2021) door gemeenten uitgevoerd. Onderdeel van deze wetswijziging is dat zij verantwoordelijk zijn voor de regievoering over het inburgeringstraject van asielstatushouders. Het traject wordt binnen 3 jaar uitgevoerd. Onderdeel van het inburgeringstraject is het volgen van taallessen. Deze worden betaald vanuit de Specifieke Uitkering (SPUK) Inburgering. Hierbij ontvangen gemeenten van het Rijk per inburgeraar middelen voor de inkoop van diverse trajecten. De totale som van de SPUK is op dit moment, met deze omvang, jaarlijks tussen de 3 en 4 miljoen.
Het Rijk houdt in zijn begroting rekening met een korting van 10% op bijna alle SPUKs. Deze korting wordt voorlopig binnen de begroting van het ministerie opgelost. Daarnaast wordt er binnenkort ook prestatiebekostiging toegepast, waardoor het risico bestaat dat de middelen die we ontvangen voor de inburgeringstrajecten per inburgeraar afneemt wanneer zij hun trajecten niet succesvol afronden. Ruimte die er op dit moment is voor maatwerk of extra inkoop komt daarbij onder druk te staan, waardoor in sommige gevallen keuzes gemaakt moeten worden tussen het inkopen van maatwerktrajecten of extra lessen - wat tot extra kosten leidt, of het stopzetten van het inburgeringstraject met nog onbekende gevolgen voor de inwoner en asielstatushouder.
Vanwege de hoge asielinstroom heeft het rijk in 2022, 2023 en 2024 incidenteel extra middelen beschikbaar gesteld ten behoeve van de uitvoeringskosten voor de inburgering en integratie van statushouders. Dit vanwege de hogere instroom dan bij de start van de wet als uitgangspunt is genomen. Door spaarzaam met deze middelen om te gaan, konden extra kosten in 2025 hiervan nog gedekt worden. Vanaf 2025 komen er geen extra rijksmiddelen meer beschikbaar, terwijl de instroom in 2025 in het kader van de wet Inburgering wederom hoger was dan de uitstroom. Hierdoor blijft de benodigde inzet hoger dan waar bij aanvang van de wet door het Rijk rekening mee werd gehouden. Zonder aanvullende middelen kunnen de inspanningen op gebied van inburgering en integratie niet op het huidige niveau worden gecontinueerd.
Netcongestie energie en effect stagnatie projecten
Binnen de gemeente 's-Hertogenbosch is er sprake van netcongestie doordat Enexis/TenneT onvoldoende transportcapaciteit heeft op elektriciteitsstations en/of kabels om uitbreidingen of nieuwe (grootverbruik)aansluitingen te realiseren. Dit heeft impact op de openbare ruimte, zowel in de boven- als ondergrond. Er is onzekerheid wat betrekking heeft de beschikbare capaciteit voor elektriciteit voor (nieuwe) bedrijven, maatschappelijke instellingen en nieuwe woningbouwlocaties, wat leidt tot energieonzekerheid voor inwoners en bedrijven en mogelijke vertraging in projecten/gebiedsontwikkelingen. In de berekening van de omvang van de algemene reserve voor het grondbedrijf wordt dit risico van vertraging (2 á 3 jaar) en de navenante mogelijke kosten ook meegenomen. Het bedrag wat in deze paragraaf wordt meegenomen is het risico op nog langere vertraging
Staat bruggen/viaducten constructieve veiligheid irt verkeersintensiteit
We hebben de afgelopen jaren al onze kunstwerken onderzocht op constructieve veiligheid. Bijna alle benodigde maatregelen zijn genomen en nog enkele zijn gepland. We blijven alle kunstwerken periodiek inspecteren en monitoren.
Desondanks is verborgen schade of overbelasting nooit gegarandeerd te voorkomen.
We hebben circa 530 bruggen, viaducten en tunnels waarvan het gros fiets/voetbruggen zijn (ca. 300 stuks). Het risico schatten wij in op laag (10%) met een maximale totale schade omvang van ca. € 26.500.000. De geschatte omvang van het risico bedraagt € 2.650.000.
Mogelijk tekort doelvermogen voormalige stortplaatsen (Meerendonk en vlagheide)
Vanuit onze gemeente zijn er twee voormalige stortplaatsen waarvoor wij risicodragend zijn ten aanzien van de overdracht aan de Provincie, nl. Meerendonk (100%) en Vlagheide (39,2%, rest overige gemeenten). Sinds 1 april 1998 is de provincie verantwoordelijk voor de eeuwigdurende milieu-hygiënische nazorg van deze stortplaatsen na overdracht van de voormalige exploitant. Hiervoor is in het verleden een aanslag door de Provincie geheven, welke via een nazorgfonds belegd wordt om te komen tot het doelvermogen dat de eeuwigdurende nazorgkosten dekt. Op basis van de eerder vastgestelde doelvermogens hebben we, naast de bijdrage in het Nazorgfonds, een voorziening getroffen voor een mogelijk tekort van het doelvermogen.
Voor de toekomstige nazorgkosten wordt een bepaalde rekenrente gehanteerd. In de ALM-studie heeft de Provincie een rekenrente toegepast van 3,45%. Het doelvermogen dat bij de vorige ALM-studie is bepaald, ging nog uit van een rekenrente van 5,06%. Hierdoor zou nu dus een gat ontstaan. Een verlaging van de rekenrente zorgt namelijk voor een sterke toename van het benodigde doelvermogen per stortplaats, ter dekking van de toekomstige nazorgkosten. De wijze waarop de rekenrente wordt bepaald is momenteel overigens een landelijk onderwerp van discussie.
Door het verschil in de rekenrente zou er echter een nog groter tekort ontstaan wanneer de stortplaatsen op dit moment zouden worden overgedragen aan de provincie.
Op dit moment is er nog geen feitelijk overdrachtsmoment tussen gemeente en Provincie bepaald. We zijn momenteel in overleg met de Provincie of er een aanvullende aanslag zal worden geheven of dat een zekerheidsstelling zal worden gevraagd. De Provincie heeft nog geen inzicht gegeven in de hoogte van een mogelijke aanslag. Zo lang het doelvermogen niet definitief is vastgesteld, lopen wij het risico dat het reeds in het nazorgfonds gestorte vermogen, samen met de voorzieningen die wij voor beide stortplaatsen aanhouden, ontoereikend is.
Overige niet gekwantificeerde risico's
Conform de nota risicomanagement en weerstandsvermogen rapporteren wij de voornaamste risico's met financiële gevolgen (risico's vanaf € 0,5 miljoen). In gevallen waarbij rapportage de belangen van de gemeente kan schaden (zoals juridische geschillen) benoemen we deze risico's niet afzonderlijk. Voor deze risico’s en alle overige niet gekwantificeerde risico’s nemen we standaard een post in het benodigde weerstandsvermogen op van € 1,5 miljoen.
BUIG budget
In 2025 hebben we een voordeel gerealiseerd op het BUIG budget van bijna € 9 mln. In de begroting 2026 is ook een voordeel geraamd voor 2026 en verdere jaren. We merken daarbij op, dat het voordeel dat wij op dit moment behalen op het BUIG-budget op langere termijn waarschijnlijk niet houdbaar is. In vergelijking met andere gemeenten hebben wij een groot voordeel op de BUIG, omdat we er de afgelopen jaren beter en eerder in slagen mensen naar werk te brengen. Nu het bestand kleiner is en onze zittende populatie een grotere afstand tot de arbeidsmarkt kent dan vergelijkbare gemeenten, is het realistisch te verwachten dat andere gemeenten een deel van dit voordeel zullen inlopen met een correctie op het macrobudget als gevolg. Daarnaast leert de ervaring dat parameters door de tijd heen worden bijgesteld en het gemeentelijk aandeel jaarlijks kan fluctueren. Dat kan voor- en nadeel opleveren. Daar wij een groot voordeel hebben, is de kans op negatieve bijstelling groter dan op positieve bijstelling. Dit risico wordt versterkt doordat er landelijk discussie is om op basis van solidariteit ‘overschotgemeenten’ (een deel van) hun voordeel af te laten staan ten gunste van ‘tekortgemeenten’.
ZNTM bv (Structureel)
Het risicoprofiel van ZNTM b.v. als Verbonden Partij van de gemeente ’s-Hertogenbosch is voorafgaand aan het besluit dat de gemeenteraad op 7 mei 2025 nam ambtelijk gewaardeerd als “hoog” risico. Met het besluit van de gemeenteraad heeft ZNTM b.v. meer financiële ademruimte gekregen. Daarmee is de positie van de Verbonden Partij aanmerkelijk verbeterd. Er blijft echter een risico dat ZNTM b.v. er niet in slaagt de beleidsmatige en financiële doelstellingen van het strategisch plan ‘De kunst van balans’ te kunnen realiseren. Dit strategisch plan, opgesteld door ZNTM b.v. en doorgerekend in het najaar van 2024, vormt de basis van het eerder door de gemeenteraad genomen raadsbesluit van 7 mei 2025. Ondanks monitoring door onze gemeente en de toetsing en beoordeling door Berenschot (in de vorm van een second opinion), kunnen externe en interne factoren zoals veranderende omstandigheden, uitvoeringsproblemen of financiële tegenvallers de realisatie van het plan belemmeren.
Mitigerende maatregelen
Het niet realiseren van de doelen kan leiden tot verminderde maatschappelijke effecten, reputatieschade, en afwijkingen van het vastgestelde financiële kader. Dit kan (financiële) bijsturing door de gemeente noodzakelijk maken. Om het risico te beheersen, zijn onder meer de volgende maatregelen getroffen:
• Kwartaalrapportages: ZNTM b.v. levert ieder kwartaal een rapportage aan de gemeente ’s-Hertogenbosch met inzicht in de financiële realisatie en een prognose voor het einde van het jaar.
• Periodieke afstemming: Het intern gemeentelijke sectorteam ZNTM b.v. stemt periodiek de actuele ontwikkelingen -waaronder de kwartaalrapportages- af. Hierdoor is er tijdige signalering van afwijkingen en kunnen maatregelen worden genomen.